Balearen · Balearen

Mooiste bezienswaardigheden in Alcúdia - Wat te doen in Alcúdia?

Alcúdia - Ontdek de top 10 Alcúdia bezienswaardigheden

Header afbeelding van Alcúdia in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Alcúdia

Alcúdia is een van de meest onderschatte bestemmingen op Mallorca. Het stadje in het noorden van het eiland heeft als enige op Mallorca nog grotendeels intacte 14e-eeuwse stadsmuren, en achter die muren liggen de Romeinse ruïnes van Pollentia, gesticht in 123 voor Christus als hoofdstad van Romeins Mallorca. Twee kilometer verderop ligt Port d’Alcúdia, met een marina, een ferryterminal en een elf kilometer lang strand. Direct daarachter begint S’Albufera, het grootste wetland van de Balearen, met meer dan tweehonderd vogelsoorten.

Kaart Alcúdia Spanje - waar ligt Alcúdia

Inleiding tot Alcúdia

Alcúdia ligt op een smalle landengte in het noorden van Mallorca, tussen twee baaien: de Badia de Pollença in het noorden en de Badia d’Alcúdia in het zuiden. Het stadje zelf ligt twee kilometer landinwaarts op een lichte verhoging, met de oude stadsmuren als duidelijk herkenningspunt vanuit de vlakte. Twee kilometer ten zuiden ligt Port d’Alcúdia, de moderne haven met marina, ferryterminal en strand-resorts. Tussen beide delen in liggen de Romeinse ruïnes van Pollentia en het kerkje Sant Jaume.

Het bijzondere van Alcúdia is de gelaagdheid van die geschiedenis. De Romeinen kozen in 123 voor Christus deze plek vanwege de strategische ligging op de landengte, waar twee natuurlijke havens vlak bij elkaar liggen. Pollentia groeide snel uit tot een van de twee Romeinse hoofdsteden van de Balearen, met theater, forum, thermen en een wegennet over het hele eiland. Na de val van Rome verviel de stad, en pas in de Middeleeuwen ontstond een nieuw stadje op een iets verschoven locatie. In de veertiende eeuw, na de christelijke herovering van Mallorca op de Moren, lieten de Aragonese koningen de huidige stadsmuren bouwen tegen Berberse zeerovers. Die muren staan er grotendeels nog steeds.

In de twintigste eeuw kwam de tweede ommekeer: vanaf de jaren zestig werd de Port d’Alcúdia ontwikkeld als badplaats. Vandaag combineert de stad een historische binnenstad met een moderne havenwijk, een lang familiestrand, een belangrijk natuurpark en een ferryverbinding naar Menorca. Voor wie Mallorca wil zien zonder de drukte van Magaluf of Palma Nova, en die liever wat cultuur in het programma heeft, is Alcúdia de logische keus.

Informatie over Alcúdia

  • Costa
    Balearen
  • Bevolking
    21.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 12°C
    Lente: 16°C
    Zomer: 27°C
    Herfst: 20°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Palma de Mallorca (PMI)
  • Locatie in Spanje
    Balearen

Achtergrond en geschiedenis van Alcúdia

De geschiedenis van Alcúdia begint in 123 voor Christus, toen de Romeinse consul Quintus Caecilius Metellus Balearicus de Balearen veroverde. Op de landengte in het noorden van Mallorca, waar twee natuurlijke havens vlak bij elkaar lagen, stichtte hij Pollentia. Binnen een eeuw was Pollentia uitgegroeid tot een van de twee belangrijkste Romeinse steden van de Balearen, met een theater voor tweeduizend toeschouwers, een forum, openbare thermen, woonwijken en een wegennet dat het hele eiland verbond.

Pollentia bleef vier eeuwen lang een welvarende Romeinse stad, tot het rond 425 na Christus werd geplunderd door de Vandalen. Daarna verviel de stad en werd ze grotendeels verlaten. Onder Byzantijns en later Moors bewind (vanaf 902) verschoof de bewoning naar een hogere plek iets ten westen van de Romeinse stad, op de locatie van het huidige Alcúdia. De naam Al-Qudya betekent in het Arabisch letterlijk “de heuvel”. Onder de Moren bleef Alcúdia een klein agrarisch stadje, met olie, koren en vee.

In 1229 veroverde koning Jaume I van Aragón Mallorca op de Moren en werd Alcúdia opnieuw bevolkt, ditmaal met Catalaanse boeren. Vanaf de veertiende eeuw werd het stadje herhaaldelijk aangevallen door Berberse zeerovers vanuit Noord-Afrika, en in 1362 begon koning Pedro IV van Aragón met de bouw van een eerste muurstelsel. De huidige muren werden in fasen tussen 1362 en 1500 gebouwd. Voor de trouw aan de kroon in latere conflicten kreeg Alcúdia in de achttiende eeuw de eretitel “Ciudad Fidelísima”, de meest trouwe stad.

Tot in de twintigste eeuw bleef Alcúdia een klein agrarisch stadje, gespecialiseerd in wijn, olijfolie, vijgen en amandelen. De ommekeer kwam in de jaren zestig met de aanleg van de Port d’Alcúdia als badplaats. Vanaf die periode groeide het toerisme hard, en vandaag is de gemeente Alcúdia een van de belangrijkste vakantiebestemmingen van Mallorca. De oude stad bleef gespaard van de grootste excessen en bewaart haar historische karakter, terwijl de moderne port vooral familietoerisme trekt.

De top 10 bezienswaardigheden in Alcúdia

Murallas Medievales de Alcúdia

De middeleeuwse stadsmuren van Alcúdia met loopbruggen en uitzicht op Mallorca

De stadsmuren van Alcúdia, gebouwd tussen 1362 en 1500, zijn de best bewaard gebleven middeleeuwse vestingmuren van Mallorca. Ze lopen anderhalve kilometer rond het volledige historische centrum, in een onregelmatige zeshoek. Op verschillende stukken zijn loopbruggen aangelegd waarover je bovenop de muren kunt wandelen, met aan de ene kant de oude stad onder je en aan de andere kant de vlakte.

Er zijn drie hoofdpoorten: Porta de Sant Sebastià in het zuiden (hoofdingang vanaf de Port), Porta del Moll in het oosten (richting haven) en Porta d’Es Vinyer of Porta de Mallorca in het westen (richting Palma). Daartussen staan vierkante torens, ronde bastions en wachthuisjes, ooit bemand door de plaatselijke militie. Op sommige plekken zie je nog kanonnenposities en schietgaten zitten, herinneringen aan de gevechten met Berberse zeerovers in de zestiende en zeventiende eeuw.

De wandeling kun je vanuit elke poort beginnen. Praktisch is om bij de Porta de Sant Sebastià te starten, met de klok mee te lopen via de Porta del Moll naar de noordkant, en te eindigen bij de Porta d’Es Vinyer. Onderweg passeer je een paar uitzichtpunten en kun je in de torens kleine tentoonstellingen bekijken. Reken op anderhalf uur. Het zachte licht in de late namiddag werkt goed op de gele zandsteen.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk vanaf alle poorten. Beste in late namiddag of vroege ochtend om de hitte te vermijden. Reken op anderhalf uur voor een rondgang. Sommige delen van de loopbruggen zijn smal, voorzichtig met kinderen.


Pollentia (Romeinse ruïnes)

Romeinse zuilen en ruïnes van het oude Pollentia bij Alcúdia op Mallorca

Pollentia is de belangrijkste Romeinse archeologische site van de Balearen. De ruïnes liggen direct ten zuidoosten van de stadsmuren en bestaan uit drie delen: het Romeinse theater, de woonwijk Sa Portella en het forum.

Het theater is in de eerste eeuw na Christus uitgehouwen in een natuurlijke helling en bood plek aan ongeveer tweeduizend toeschouwers. Je herkent er nog goed de halfronde vorm in, met de cavea (toeschouwersbanken), orchestra (de centrale ruimte) en scaena (de achterwand). Dat de banken bijna volledig bewaard zijn gebleven is voor een Romeins theater zeldzaam. Vanaf de bovenste rij kijk je over de hele site en de vlakte tot aan de baai van Alcúdia.

Sa Portella is de woonkern, met huizen, straten en riolering uit de eerste eeuw v.Chr. tot 1e eeuw n.Chr. De beste mozaïeken en muurschilderingen die hier zijn gevonden, staan tegenwoordig in het Museu Monogràfic in de oude stad. Het forum, het politieke en religieuze hart, ligt iets verderop en heeft restanten van de hoofdtempel en omliggende publieke gebouwen. Met een audiogids ben je ongeveer anderhalf uur kwijt aan het hele complex. Voor wie iets met Romeinse archeologie heeft, is dit verplichte kost.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks behalve maandag, beperkte uren in winter. Bescheiden toegangsprijs (combinatieticket met museum). Reken op anderhalf uur. Audiogids beschikbaar in het Engels en Spaans. Goede schoenen nodig vanwege onverharde paden.


Casc Antic en Plaça de la Constitució

De Plaça de la Constitució in het historische centrum van Alcúdia met terrassen en arcaden

De Casc Antic is het ommuurde stadshart van Alcúdia. Smalle kasseistraten, kleine pleinen, oude paleizen en een paar kerken, alles binnen die anderhalve kilometer aan muren. Het centrale plein is de Plaça de la Constitució, ook Plaça del Mercat genoemd, omringd door arcaden, het stadhuis en een handvol terrassen.

Vanaf de Plaça lopen de hoofdstraten Carrer Major, Carrer de l’Alcalde en Sa Síquia richting de poorten en de andere pleintjes. Onderweg passeer je middeleeuwse stenen huizen naast 18e-eeuwse herenhuizen met sierportalen en familiewapens. De Carrer Sant Jaume voert naar de gelijknamige parochiekerk, de Carrer Hostal naar Pollentia. Op vrijwel elke straat zit tussen de woonpanden door wel een boetiek, galerie, restaurant of café.

Op dinsdag en zondag verandert het centrum in een openluchtmarkt: de mercat de dimarts en de mercat de diumenge, met kraampjes vol groenten, fruit, kleding, leerwerk, keramiek en bloemen. De markten lopen van acht uur ’s ochtends tot een uur ’s middags. Buiten de markttijd is het hier rustiger, en eerlijk gezegd vind ik de oude stad mooier in de uren rond zonsondergang, als de meeste dagjesmensen alweer weg zijn.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Marktdagen dinsdag en zondag van acht tot dertien uur. Beste in late namiddag of tijdens markten. Reken op een uur voor een rondwandeling.


Església de Sant Jaume

Het neogotische interieur van de Església de Sant Jaume in Alcúdia met polychrome zijkapel

De Església de Sant Jaume, gewijd aan de heilige Jacobus, is de hoofdkerk van Alcúdia. Ze staat tegen de zuidwestelijke hoek van de stadsmuren aan, op de Plaça de Sant Jaume. De huidige kerk werd tussen 1882 en 1893 in neogotische stijl gebouwd op de fundamenten van een 14e-eeuwse voorganger die te bouwvallig was geworden. De bouw is dus relatief jong, maar er zijn nog wel oudere elementen bewaard, waaronder een romaans-gotische deurpartij en een paar middeleeuwse altaren.

Wat opvalt aan Sant Jaume is de driehoekige torenspits, met een drieslag in plaats van de gebruikelijke vierkante of achthoekige basis, met een metalen kruis op de punt. Het interieur is hoog en ruim, drie schepen met zijkapellen, een 19e-eeuws orgel en glas-in-loodramen met scènes uit het leven van Sant Jaume. In de hoofdkapel hangt een 14e-eeuws kruisbeeld, een van de oudste objecten van de kerk.

Naast de hoofdingang, op het Plaça de Sant Jaume, zit het Museu Parroquial. Een kleine collectie, maar met goede stukken: liturgisch zilver, schilderijen en beelden uit de 16e tot 18e eeuw. Het pronkstuk is de Christ del Bon Jesús, een polychroom houten beeld uit 1599 dat tijdens het Sant Jaume-festival in juli wordt rondgedragen. De kerk is dagelijks open buiten de missen, het museum heeft beperkte uren.

Bezoekdetails: Kerk gratis toegankelijk buiten missen. Museu Parroquial: bescheiden toegangsprijs, beperkte uren. Reken op een halfuur voor kerk plus museum. Sant Jaume-festival in laatste week van juli is hoogtepunt.


Playa de Alcúdia

Luchtfoto van de Badia d'Alcúdia met het lange Playa de Alcúdia strand en de bergen op de achtergrond

Playa de Alcúdia is met bijna elf kilometer een van de langste stranden van het Middellandse Zeegebied. Het loopt langs de zuidelijke baai van Alcúdia, van de Port d’Alcúdia in het noordwesten tot aan het natuurpark S’Albufera en het strand van Can Picafort in het zuiden. Het zand is fijn en wit, het water loopt heel geleidelijk af en blijft lang ondiep. Dat maakt het strand bij families met jonge kinderen erg gewild.

Het strand is in drie of vier secties op te delen. Het stuk direct bij de Port d’Alcúdia is het drukst en het meest ontwikkeld: beach bars, watersportverhuur en hotels op de eerste lijn. Verder naar het zuiden wordt het rustiger, met duingebieden en mediterraan struikgewas. Het zuidelijkste deel, bij de monding van S’Albufera, is beschermd natuurgebied met nauwelijks voorzieningen, prettig als je de drukte ontloopt.

Watersporten zijn er in alle vormen: zeilen, windsurfen, parasailing, jetski’s en banaan-rides. Door het ondiepe water aan deze kant van de baai is het ook geschikt voor beginners. In het hoogseizoen rijden er watertaxi’s en kleine rondvaartboten naar de overkant van de baai (de steilere kust van Cap des Pinar). Wandelen of fietsen naar het zuidelijke uiteinde is een prettige manier om het strand te zien zonder midden in het toeristische deel te zitten.

Bezoekdetails: Strand altijd vrij toegankelijk, gratis. Ligstoelen, parasols en watersporten in seizoen (mei tot oktober). Beste vroeg in de ochtend of in september voor minder drukte. Combineer met S’Albufera in zuidelijke deel.


Port d’Alcúdia

Port d’Alcúdia is het moderne havendeel van de gemeente, twee kilometer ten zuidoosten van het oude centrum. Het is tegelijk toeristisch resort en serieuze commerciële haven. De marina heeft plek voor ruim zevenhonderd plezierjachten en wordt omringd door een promenade vol restaurants, ijssalons en winkels. Aan de noordkant ligt de ferryterminal, met snelle catamarans naar Ciutadella op Menorca (een uur) en nachtveerboten naar Barcelona (negen uur).

De promenade, de Passeig Marítim, loopt bijna twee kilometer langs de haven. Palmen, bankjes, straatmuzikanten, traditionele Spaanse cafés tussen internationale restaurants en cocktailbars in. ’s Avonds is het hier het drukst, met locals en toeristen die een aperitief drinken of de zon zien zakken. Aan de zuidkant gaat de promenade over in de strandboulevard van Playa de Alcúdia.

Naast de marina liggen een paar plekken die vooral voor families interessant zijn. Het Hidropark is een waterpretpark met glijbanen, lazy river en kindergedeeltes, prettig op warme dagen. Het Aquàrium de Mallorca, ook in de Port, is klein maar netjes verzorgd, met mediterrane en tropische soorten. Voor catamarancruises naar het noorden van Mallorca, sportvissen of duiken zijn er meerdere aanbieders met dagelijkse afvaarten vanuit de marina.

Bezoekdetails: Promenade altijd vrij toegankelijk. Restaurants, terrassen en winkels dagelijks geopend, drukst in juli en augustus. Reken op twee uur voor een rustige avondwandeling met aperitief.


S’Albufera de Mallorca

S’Albufera de Mallorca is het grootste wetland van de Balearen en een van de belangrijkste vogelbiotopen in het westelijke Middellandse Zeegebied. Het park werd in 1988 opgericht en valt sinds 1990 onder de Ramsar-conventie. Het beslaat bijna tweeduizend hectare tussen Alcúdia en Can Picafort, direct ten zuiden van Playa de Alcúdia. Het is een netwerk van moerassen, lagunes, kanalen, rietvelden en duinen, gevormd door twee rivieren uit het noorden van het eiland.

Het park telt meer dan tweehonderd vogelsoorten, waarvan er ongeveer zestig hier broeden. Onder de bekendere bewoners zitten purperreigers, koereigers, ooievaars en valken, met talrijke kleine zangvogels in het riet. In de winter en tijdens de trek komen er duizenden eenden, kievit en smienten bij. Het park is een paradijs voor vogelaars, met meer dan twintig observatieposten en zes geleide paden door verschillende biotopen.

De ingang is bij het bezoekerscentrum Sa Roca, ten zuiden van de Port d’Alcúdia, waar je een gratis kaart en uitleg krijgt. De paden zijn vlak en geschikt voor wandelaars, fietsers en kinderwagens. De kortste route (Itinerari Sa Roca) duurt een uur, de langste (Itinerari de Cibollar) drie. Een fietstocht van drie tot vier uur met stops bij de belangrijkste observatieposten geeft je het beste beeld. Vroege ochtend of schemering zijn de beste tijden om vogels te zien, simpelweg omdat ze dan het actiefst zijn.

Bezoekdetails: Gratis toegang. Geopend dagelijks, beste in vroege ochtend of late namiddag. Reken op drie tot vier uur voor een complete fietsverkenning. Verrekijker meebrengen aanbevolen.


Cap des Pinar

Cap des Pinar is het schiereiland aan de noordkant van de baai van Alcúdia. Het was lange tijd militair gebied en is sinds 2003 deels opengesteld voor wandelaars. Het schiereiland is bedekt met dennenbossen (vandaar de naam, “pinar” betekent dennenbos) en heeft wandelpaden naar uitzichtpunten over de baai.

De hoofdroute is een wandeling van twaalf kilometer (vier tot vijf uur retour) vanaf de Talaia d’Alcúdia, een verlaten 16e-eeuwse wachttoren, naar het Penyal del Migdia op de zuidpunt. Vanaf dat laatste punt zie je de hele baai en een groot stuk van de oostkust liggen. Onderweg passeer je oude militaire bunkers, ruïnes van wachttorens en kleine inhammen waar je in de zomer kunt zwemmen. Het pad is goed gemarkeerd en geschikt voor wandelaars met enige ervaring.

Wie geen hele dagtocht wil maken, heeft kortere opties. Naar de Talaia d’Alcúdia loop je in ongeveer een uur retour, met al onderweg goede uitzichten. De Ermita de la Victòria, een 17e-eeuws kapelletje halverwege het schiereiland, is met de auto bereikbaar en heeft een terras met uitzicht. Goede schoenen, voldoende water en zonbescherming zijn nodig: er is weinig schaduw en onderweg geen mogelijkheid om iets te kopen.

Bezoekdetails: Toegankelijk dagelijks van zonsopgang tot zonsondergang. Gratis. Reken op vier tot vijf uur voor de hoofdroute. Goede wandelschoenen verplicht. Vermijd warme zomerdagen.


Mercat d’Alcúdia

Het Mercat d’Alcúdia is een van de bekendere openluchtmarkten van Mallorca. Hij vindt plaats op dinsdag en zondag op de Plaça de la Constitució en in de omliggende straten. De traditie gaat terug tot de Middeleeuwen, toen Alcúdia het commerciële centrum was voor het hele noordoosten van het eiland. Vandaag is het een mengeling van Mallorquijnse producten en toeristische kraampjes, met meer dan tweehonderd kramen verspreid over een paar straten.

De productenkraampjes staan vooral op het hoofdplein en in de Carrer Major. Verse groenten en fruit van lokale boerderijen (tomates de ramellet, vijgen, amandelen, olijven), brood en patisserie (de ensaimada), worst, kaas, lokale wijnen, honing, kruiden en olijfolie. Een rondje langs de kramen met een Mallorquijns ontbijt op een terras (pa amb oli en een koffie) hoort tot de meest authentieke ochtenden die Alcúdia te bieden heeft.

In de zijstraten staan de kramen met leerwerk, keramiek, kleding, sieraden en souvenirs. Een deel hiervan is echt ambachtelijk werk van lokale makers, een ander deel komt regelrecht uit een groothandel. De markt loopt van acht uur ’s ochtends tot ongeveer een uur ’s middags. Vroeg gaan helpt tegen drukte en hitte, en je hebt dan de beste keuze aan verse producten. Parkeren in het centrum is op marktdagen praktisch onmogelijk, gebruik de openbare parkeerplaatsen buiten de muren.

Bezoekdetails: Marktdagen dinsdag en zondag, acht tot dertien uur. Gratis. Reken op anderhalf uur voor een wandeling. Vroeg komen voor minder drukte. Geen parkeren in centrum op marktdagen.


Talayot de Sa Bassa

Talayot de Sa Bassa is een prehistorische site uit de Talayottijd (1300 tot 123 v.Chr.), een megalithische cultuur die zich op de Balearen geheel eigen ontwikkelde voor de Romeinen aankwamen. De site ligt vier kilometer ten westen van Alcúdia, in open agrarisch gebied, en bestaat uit de resten van een nederzetting met een centrale toren en omliggende huizen.

De talayot zelf is een ronde stenen toren van zes meter doorsnede, opgetrokken in cyclopische techniek: enorme stenen, gestapeld zonder mortel. Vermoedelijk had hij een defensieve en sociale functie, als ontmoetingsplek voor de gemeenschap en als uitzichtpost over het gebied. Rond de toren liggen de fundamenten van enkele tientallen huizen, met de typische ovale vorm en stenen muren tot een meter hoog. Een centrale weg verbindt de structuren, wat op een georganiseerde nederzetting wijst.

De site is klein, maar geeft een goede indruk van de pre-Romeinse bevolking van Mallorca. Als je ook Pollentia hebt bezocht, sluit dit logisch aan: het laat zien wat er op het eiland stond vóór de Romeinen, en hoe groot de overgang was die in 123 v.Chr. met de komst van Quintus Caecilius Metellus Balearicus begon. Vrij toegankelijk, met een eenvoudig informatiebord in het Engels en Catalaans.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk, gratis. Reken op een halfuur. Combineer met een rit door het binnenland van Mallorca. Niet voorzien van bewaking, draag verstandige kleding voor het buitenleven.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Alcúdia

Beste tijd om Alcúdia te bezoeken

Mei, juni en september zijn de beste maanden. Twintig tot zesentwintig graden overdag, een zee die nog of alweer warm genoeg is voor strand, en duidelijk minder drukte en lagere prijzen dan in juli en augustus. In mei en juni staat S’Albufera in bloei, in september is de zee nog op temperatuur en zijn de stranden alweer leeg. Juli en augustus tikken vaak boven de dertig graden en zitten propvol in de Port d’Alcúdia, prima voor klassieke strandvakanties met kinderen, minder als je rust zoekt. Oktober is rustig en zonnig met dagen rond twintig graden en open beachclubs. Van november tot maart is het hier mild en stil, dagen rond vijftien graden, goed voor wandelen op Cap des Pinar of in de Tramuntana, al sluiten dan veel hotels in de Port.

Vervoersopties van en naar Alcúdia

Vliegen naar Palma de Mallorca (PMI), op zestig kilometer van Alcúdia. Vanuit alle grote Nederlandse luchthavens (Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam) en Brussel zijn er in het seizoen (april tot oktober) dagelijks directe vluchten. Vanaf de luchthaven neem je een huurauto (vijfenveertig minuten via de Ma-13), een TIB-bus lijn A1 (zes tot acht euro, een uur reizen), of een taxi (vijfenzeventig tot negentig euro). Een huurauto is sterk aanbevolen als je iets van het eiland wilt zien, het openbaar vervoer is buiten de hoofdroutes beperkt. Vanaf de Port d’Alcúdia varen er bovendien snelle catamarans naar Ciutadella op Menorca (Trasmediterránea, een uur, dagelijkse afvaarten in het seizoen) en nachtveerboten naar Barcelona (negen uur, drie keer per week).

Taxi vanaf het vliegveld

De TIB-bus lijn A1 is voor zes tot acht euro veruit de goedkoopste manier om de 55 kilometer naar Alcúdia te overbruggen, al doet hij er met onderweg stoppen wel een uur over. Wil je liever vooraf een taxi reserveren die je direct vanaf de aankomsthal oppikt? Dat kan hier:


Praktische tips

In de zomer is Alcúdia drukker en duurder dan in de winter, dus reserveer accommodatie ruim van tevoren voor juli en augustus. Het oude centrum is compact en lopend te doen, maar de twee kilometer naar de Port d’Alcúdia gaat meestal met auto, taxi of bus. Op dinsdag en zondag (marktdagen) is parkeren in het centrum praktisch onmogelijk, gebruik de gratis parkeerplaatsen buiten de muren. Voor S’Albufera is een fiets veruit het handigst; in de Port zijn meerdere verhuurpunten. Engels wordt overal goed gesproken in toeristische zones, basis Spaans of Catalaans is een leuke aanvulling. In het hoogseizoen kunnen de wegen rond Cap de Formentor druk zijn met touringcars, vroeg vertrekken is een aanrader.

Accommodatie in Alcúdia

Alcúdia heeft een breed aanbod aan accommodatie, met een duidelijk verschil tussen oude stad en Port. In het centrum zitten boetiekhotels in gerestaureerde 16e- tot 18e-eeuwse herenhuizen, vaak met een patio, klein zwembad en vijf tot vijftien kamers. Hotel Can Mostatxins en Hotel Sant Jaume zijn klassiekers in dit segment. In de Port d’Alcúdia liggen de grotere strandhotels en all-inclusives, geschikt voor familievakanties. Voor een meer Mallorquijnse ervaring zijn er agroturismes (boerderijhotels) in het binnenland van de gemeente, vaak met biologische tuinen en een eigen keuken. Voor juli en augustus minimaal vier maanden vooraf reserveren, en houd rekening met een minimum verblijfsduur van zeven nachten in het hoogseizoen. In de winter sluiten veel hotels in de Port, het oude centrum blijft het hele jaar open.

Restaurants in Alcúdia

Mallorquijnse keuken leunt sterk op Catalaanse en mediterrane wortels. Probeer pa amb oli (brood met olijfolie en tomaat, vaak met sobrassada of jamón), tumbet (aubergine, paprika en aardappel uit de pan), frit mallorquí (varkensorgaanvlees met aardappel en groenten), llonganissa (lokale worst), arròs brut (rijst met varkensvlees en konijn) en paella met dagverse vis uit de Port d’Alcúdia. Als toetje een ensaimada (luchtig zoet gebak in spiraalvorm) of gató d’ametla (amandelcake). Drinken: wijn uit Binissalem of Pla i Llevant, herbas de Mallorca als digestief.

  • Restaurant S’Estiu: in een gerestaureerd herenhuis in de oude stad, moderne Mallorquijnse keuken met seizoensproducten. Mooie binnenpatio, reserveren noodzakelijk.
  • Ca’n Costa: klassiek familierestaurant aan de oude muren, bekend om traditionele tapas en arròs brut. Goede prijs-kwaliteitverhouding.
  • Sa Plaça: bar en restaurant op de Plaça de la Constitució met internationale tapas en een goede natuurwijnlijst.
  • Restaurant Miramar: vis- en zeevruchtenrestaurant aan de Port met dagelijks verse vangst. Specialiteiten: paella en cap roig.
  • El Bistro: Frans-mediterraan, in een gerenoveerde patio in de oude stad, geschikt voor een rustig diner met twee.
  • Ca’n Punyetes: Catalaanse tapasbar in de oude stad, goed voor lokale gerechten en een glas wijn.

Dagtrips vanuit Alcúdia

Cap de Formentor

Cap de Formentor is het noordelijke schiereiland van Mallorca en een van de meest gefotografeerde stukken kust van het eiland: steile kliffen, een vuurtoren op het uiterste punt en de baai van Cala Figuera. Vanuit Alcúdia rijd je in een halfuur over de Carretera de Formentor naar het noorden. In juli en augustus is de weg overdag afgesloten voor privé-auto’s, gebruik dan een georganiseerde bus.

Pollença

Pollença ligt tien kilometer naar het westen, een bergstadje met een sfeervol historisch centrum, de Calvari-trap (365 treden naar een kleine kapel) en een goede zondagsmarkt. De Port de Pollença, het kustdeel, heeft een rustigere baai dan Alcúdia en is geliefd bij Britse families. Een halve dag is genoeg voor stad en haven.

Sóller

Soller ligt op vijfenzeventig kilometer naar het zuidwesten en is een dagtrip waard, vooral in combinatie met de historische treinrit vanuit Palma. Het bergstadje, omgeven door olijf- en sinaasappelboomgaarden, hoort tot de aardigste plekken van Mallorca.

Coves del Drac (Porto Cristo)

Op vijfenveertig minuten rijden naar het zuiden liggen de Coves del Drac, een grottensysteem met een onderaards meer en dagelijkse muziekuitvoeringen op het water. Reken op een halve dag, inclusief de rit. Combineer eventueel met een lunch in Porto Cristo.

Palma de Mallorca

Palma-De-Mallorca ligt op zestig kilometer naar het zuiden, in een uur met de auto. De hoofdstad heeft de gotische La Seu-kathedraal, een sfeervolle Casc Antic, een handvol goede musea en een sterke restaurantscene. Een hele dag waard.

Menorca (Ciutadella)

Met de snelle catamaran ben je vanuit de Port d’Alcúdia in een uur in Ciutadella op Menorca. Een dagtrip naar dit rustigere buureiland is interessant voor wie iets anders wil dan Mallorca, met witte stadjes, prehistorische talayots en kalksteenstranden.

Conclusie

Alcúdia hoort tot de meest complete bestemmingen op Mallorca. Geschiedenis, strand, natuur en goed eten op een paar kilometer afstand van elkaar: 14e-eeuwse stadsmuren met loopbruggen, Romeins Pollentia met theater en forum, een elf kilometer lang familiestrand en het natuurpark S’Albufera. Voor twee tot drie dagen is dat een rijk programma. Voor Nederlandse reizigers die Mallorca willen zien zonder de drukte van Magaluf of Palma Nova, werkt Alcúdia bovendien als uitvalsbasis voor het hele noorden, met Cap de Formentor, Pollença, Sóller en Menorca binnen handbereik.

Highlights Alcúdia

Alcúdia heeft als enige stad op Mallorca grotendeels intacte 14e-eeuwse stadsmuren, met daarbinnen de Romeinse ruïnes van Pollentia (gesticht in 123 v.Chr. als hoofdstad van Romeins Mallorca). Aan de zuidkant ligt een elf kilometer lang familiestrand, en daarachter S'Albufera, het grootste wetland van de Balearen met meer dan tweehonderd vogelsoorten.

Veelgestelde Vragen

Mei, juni en september zijn de fijnste maanden. Twintig tot vijfentwintig graden, de stranden zijn nog leeg en in S'Albufera staat alles in bloei. Juli en augustus tikken vaak boven de dertig graden en de Port d'Alcúdia loopt dan vol met families, prima voor strandvakanties maar minder geschikt als je rust zoekt. In oktober is het overdag nog rond twintig graden en zakken de prijzen. De winter is mild met dagen rond vijftien graden, goed voor wandelingen op Cap des Pinar of in de Tramuntana, al sluiten dan veel beachclubs.
Vliegen naar Palma de Mallorca (PMI), op zestig kilometer afstand. Vanuit Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Brussel zijn er in het seizoen dagelijks directe vluchten. Vanaf het vliegveld neem je een huurauto (vijfenveertig minuten via de Ma-13), de TIB-bus lijn A1 (zes tot acht euro, een uur reizen) of een taxi (vijfenzeventig tot negentig euro). Een huurauto is praktisch verplicht als je iets van het eiland wilt zien. Vanaf de Port d'Alcúdia varen er bovendien snelle catamarans naar Ciutadella op Menorca (een uur) en nachtveerboten naar Barcelona (negen uur).
De combinatie van vier dingen op een paar kilometer: nog grotendeels intacte 14e-eeuwse stadsmuren, het Romeinse Pollentia (123 v.Chr., voormalige hoofdstad van Romeins Mallorca), het elf kilometer lange strand Playa de Alcúdia en het natuurpark S'Albufera. Op die schaal vind je dat nergens anders op het eiland.
Twee tot drie dagen. In één dag doe je de stadsmuren, Pollentia en het Museu Monogràfic en eindig je 's avonds op de Plaça Constitució. Met een tweede dag erbij heb je tijd voor het strand en een fietstocht door S'Albufera. Een derde dag is handig voor een uitstapje naar Cap de Formentor of Pollença. Als uitvalsbasis voor het noorden van Mallorca werkt Alcúdia bovendien prima voor een hele week.
Ja. Het strand van Playa de Alcúdia loopt heel geleidelijk af, het water is kalm en er staan strandwachten. In de Port d'Alcúdia ligt het Hidropark voor warme dagen, en de loopbruggen op de stadsmuren (poorten, bastions, kanonnen) zijn voor kinderen vanzelf een soort speeltuin. S'Albufera heeft platte fietsroutes met vogelhutten. En het is hier rustiger en veiliger dan in Magaluf of Palma Nova in het zuiden.
Mallorquijnse keuken leunt sterk op Catalaanse en mediterrane wortels. Probeer pa amb oli (brood met olijfolie en tomaat, vaak met sobrassada of jamón), tumbet (aubergine, paprika en aardappel uit de pan), frit mallorquí, llonganissa, arròs brut (rijst met varkensvlees en konijn) en paella met vis uit de Port. Als toetje een ensaimada of gató d'ametla. Drinken: wijn uit Binissalem of Pla i Llevant, en herbas de Mallorca als digestief. In de Port zitten de visrestaurants, in de oude stad de tapasbars.
Cap de Formentor (kliffen, vuurtoren, Cala Figuera) is een halve dag. Pollença op tien kilometer westwaarts heeft de Calvari-trap met 365 treden en een goede zondagsmarkt. Sóller ligt op vijfenzeventig kilometer en is een hele dag waard, zeker als je de oude trein vanuit Palma neemt. Coves del Drac in Porto Cristo (een uur rijden) zijn grote druipsteengrotten met een onderaards meer. En met de catamaran ben je in een uur in Ciutadella op Menorca.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.