Costa Blanca · Oost-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Denia - Wat te doen in Denia?

Dénia - Ontdek de top 10 Dénia bezienswaardigheden

Header afbeelding van Denia in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Dénia

Dénia is zo’n stad die je een beetje overvalt als je aankomt. Je verwacht een gewone kustplaats, maar je krijgt er een Moors kasteel op een rots bij, een vissershaven waar ’s ochtends nog netten worden gedroogd, een UNESCO-titel voor gastronomie en een bergmassief dat aan de landzijde alles afschermt. De stad is compact, behoorlijk authentiek en doet weinig moeite om er toeristisch uit te zien. Dat scheelt.

Kaart Dénia Spanje - waar ligt Dénia

Inleiding tot Dénia

Dénia ligt aan de noordelijke Costa Blanca, in de provincie Alicante, op het punt waar de kust een hoek maakt richting de Balearen. De stad telt zo’n 42.000 inwoners, maar in de zomer schiet dat aantal flink omhoog door Spaanse en buitenlandse vakantiegangers. Toch blijft het karakter van Dénia goed overeind. De zaterdagmarkt, de vissers die bij zonsopgang uitvaren, de tapas in de smalle straten van de Baix la Mar: het lokale leven gaat ook met volle terrassen gewoon door.

De internationale bekendheid van Dénia komt voor een groot deel uit de keuken. In 2015 werd de stad opgenomen in het UNESCO Creative Cities Network als Creative City of Gastronomy. De gamba roja de Dénia, de rode garnaal uit de wateren voor de kust, is daar het bekendste symbool van. En dan is er Quique Dacosta, de chef die zijn restaurant in Dénia heeft en daar drie Michelin-sterren bij elkaar kookte; voor serieuze eters is dat op zichzelf al een reden om af te reizen.

Boven dat alles uit ligt de Montgó: een bergmassief van 753 meter dat de stad aan één kant afsluit en aan de andere kant de zee in kijkt. Het Parc Natural del Montgó beslaat een fors stuk kust en berg en is een van de aangenaamste wandelgebieden van de regio.

Informatie over Denia

  • Costa
    Costa Blanca
  • Bevolking
    42.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 12°C
    Lente: 17°C
    Zomer: 27°C
    Herfst: 19°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Alicante-Elche (ALC)
  • Locatie in Spanje
    Oost-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Dénia

De geschiedenis van Dénia begint lang voor de Romeinen en de Moren. Op de rots waar nu het kasteel staat, zaten de Iberiërs al in het eerste millennium voor Christus. De Grieken handelden met de plaatselijke bevolking; de Griekse naam Hēmeroskopion (“plaats van dagwacht”) wordt soms aan Dénia gekoppeld, al zijn historici het daar niet over eens. De Romeinen maakten van de stad een havenplaats onder de naam Dianium, vernoemd naar de godin Diana. Ze bouwden tempels, brachten wijnbouw mee en ontwikkelden de haven tot een knooppunt in het westelijk Middellandse Zeegebied.

Na de val van Rome en een korte Visigotische periode beleefde Dénia onder de Moren zijn belangrijkste eeuw. In de 10e en 11e eeuw was Dénia zelfs hoofdstad van een onafhankelijk taifa-koninkrijk dat ook de Balearen omvatte. De Moorse gouverneurs breidden het kasteel uit, introduceerden geavanceerde irrigatie in het achterland en maakten van de stad een handelsstad van betekenis. Na de Reconquista, waarbij Dénia in 1244 definitief in christelijke handen kwam, raakte het zijn regionale macht kwijt maar bleef het een belangrijke haven. Sporen van al die periodes zie je nog terug: in de straatjes van het oude centrum, in de fundamenten van het kasteel en in de collectie van het archeologisch museum.

De top 10 bezienswaardigheden in Dénia

Castillo de Dénia

Het Castillo de Dénia op de rots boven de stad met uitzicht over de kust

Het Castillo de Dénia staat op een rots midden in de stad. Het is zowat het eerste dat je ziet als je Dénia binnenrijdt, wat ook de bedoeling was: de rots had uitzicht over zee én achterland en was strategisch onmisbaar. Iberiërs, Romeinen, Moren en christenen hebben hier allemaal gezeten en ieder heeft zijn sporen achtergelaten in de muren en torens die er nu nog staan.

Je gaat naar boven via de Porta de la Vila, een middeleeuwse stadspoort. Boven heb je een breed panorama, met de zee aan de ene kant en de Montgó aan de andere. Het Museu Arqueològic binnen de muren laat de gelaagdheid van die geschiedenis zien: Iberische gebruiksvoorwerpen, Moorse tegels, middeleeuwse wapens. De ruïnes van het paleis van de Moorse gouverneurs geven een idee van hoe verfijnd dit hof ooit moet zijn geweest.

Bij zonsondergang is het kasteel op zijn aangenaamst, als de stenen kort oranje kleuren. Het stadsbestuur organiseert er jaarlijks een historisch festival met ridders, Moren en markten.

Bezoekdetails: Het kasteel is dagelijks geopend, maar sluit op maandag buiten het hoogseizoen. Toegangsprijs is laag. Reken op anderhalf uur voor een uitgebreid bezoek, inclusief het museum.


Les Rotes (kust en stranden)

De rotsachtige kustlijn van Les Rotes bij Dénia met helder blauw water

Les Rotes is de rotsige kuststrook ten zuiden van de haven. Geen lang strand, maar een aaneenschakeling van kleine inhammen, rotsen, kiezelstrandjes en getijdenpoeltjes. Het water is opvallend helder, deels door de rotsbodem, deels doordat hier minder zand wordt opgewoeld dan langs de stranden in het noorden.

Hier kom je niet voor parasols en ijsjes, maar om te snorkelen en rustig te zwemmen. Tussen de rotsen zitten octopussen, zeebaars, murenes en allerlei kleinere vissen. De handigste plekken zijn de kleine baaitjes halverwege de kustweg, waar je je auto op een grasstrook zet en via een pad naar het water afdaalt.

Langs diezelfde kustweg zitten een paar oudere visrestaurants. In het voorjaar en de vroege herfst staan de terrassen er rustig bij; je eet aan de waterkant met de golven als achtergrondgeluid.

Bezoekdetails: Les Rotes is vrij toegankelijk. Neem snorkelspullen mee en draag waterschoenen als je over de rotsen loopt. Parkeergelegenheid langs de kustweg is beperkt in de zomer; kom vroeg of loop vanuit de stad.


Parc Natural del Montgó

Het bergmassief van de Montgó boven Dénia, onderdeel van het natuurpark

De Montgó is de markante bergrug die Dénia in het noorden afsluit en de scheiding vormt tussen de stad en het naburige Jávea. Het massief is 753 meter hoog en beschermd als natuurpark. Bovenop de berg ligt droog kalksteen met tijm en rozemarijn; lager op de helling staat dennenbos en zitten ondiepe grotten. Op de top zijn nog restanten zichtbaar van Iberische en Romeinse bewoning.

Er zijn meerdere routes door het park. De klim naar de top via Jesús Pobre is de uitgebreidste: 3 tot 4 uur retour, met uitzicht dat zich gaandeweg uitbreidt over de Costa Blanca, en op een heldere dag tot aan de Balearen. Lager loopt de Senda de les Fonts, een rustigere route langs oude bronnen en olijfbomen die er al eeuwen staan. Het park is leefgebied van de Iberische steenbok en van roofvogels als de Bonelli-arend.

Een ochtend in de Montgó is een goede afwisseling met het strandleven beneden, vooral in de zomer.

Bezoekdetails: Het park is vrij toegankelijk. Parkeer bij het bezoekerscentrum aan de Carretera de les Roques voor de route naar de top. Goed schoeisel en voldoende water zijn een must. Ga bij warm weer vroeg van start — voor 9 uur ’s ochtends als het kan.


Oude stad en Carrer del Marqués de Campo

Dénia heeft geen grote, anonieme oudestadskern. Het is meer een netwerk van smalle straten dat ongemerkt overgaat van historisch in dagelijks. Het hart van de benedenstad is de Carrer del Marqués de Campo, de hoofdstraat tussen het station en de kust. Hier zitten de terrassen, hier wandelen mensen ’s avonds heen en weer en hier voel je het beste dat Dénia een stad is met een eigen ritme.

Aan weerszijden van die hoofdstraat ligt de Baix la Mar, de oude wijk onder het kasteel. Smalle straten, lage huizen, gevels in pasteltinten en in vrijwel elke straat wel een tapasbar of een klein restaurant. Op de Plaça del Consell en de Plaça dels Porxets ga je goed zitten met een drankje. Op zaterdagochtend is er markt in het centrum.

De kasteelrots vormt aan het einde van de wijk de natuurlijke achtergrond. Die combinatie van straatwerk beneden en middeleeuwse muren erboven geeft de buurt iets dat je in veel andere kustplaatsen niet meer aantreft.

Bezoekdetails: De oude stad is altijd toegankelijk. ’s Ochtends is het rustigst, ’s avonds is de buurt op haar gezelligst. De zaterdagmarkt start vroeg en is rond het middaguur voorbij.


Museu Etnològic

Het Museu Etnològic zit in een oud pakhuis in de havenbuurt en gaat over het dagelijks leven in Dénia door de eeuwen heen. De collectie is opgebouwd rond ambachten, tradities en volksgebruiken: de druiventeelt en rozijnenindustrie waar de regio in de 19e en vroege 20e eeuw groot mee werd, de visvangst, het huishouden en de feesten.

Het museum is klein maar goed gedaan. De opstelling is helder en vormt een nuttige tegenhanger voor het kasteel. Waar het kasteel de grote politieke en militaire geschiedenis vertelt, laat het Museu Etnològic zien hoe gewone mensen hier werkten en woonden. De reconstructie van een mazapán-werkplaats (Dénia heeft een lange traditie in zoetigheden) en de oude vissersgereedschappen zijn de hoogtepunten.

Voor wie wil snappen hoe Dénia werkte voordat het toerisme de stad veranderde, is dit een nuttige tussenstop die de meeste bezoekers overslaan.

Bezoekdetails: Het museum is een paar dagen per week geopend; controleer de actuele openingstijden bij het VVV of online. De toegang is gratis of zeer goedkoop. Een bezoek duurt ongeveer 45 minuten.


Puerto de Dénia (haven)

De haven van Dénia met vissersboten en de berg Montgó op de achtergrond

In de haven van Dénia gebeurt altijd wel iets. ’s Ochtends vroeg vertrekken de vissersschepen; later op de ochtend keren ze terug met de vangst, die direct naar de lonja gaat voor de dagelijkse veiling. ’s Middags meren de veerboten van Baleària aan, met passagiers en vrachtwagens van en naar Ibiza en Formentera. ’s Avonds vullen de terrassen langs de kade zich met mensen die komen voor verse vis en een glas wijn.

De haven is ook de plek waar de gamba roja zo dicht mogelijk bij haar bron komt. Ze wordt gevangen in de diepere wateren voor de kust en gaat vanuit de veiling rechtstreeks naar de keuken. Op de havenkade staat ze altijd op de kaart; gegrild met grof zeezout is de standaardbereiding. Dat heeft een prijs, maar het is een van die smaken die je bijblijven. Een typisch Deniaans rijstgerecht is arroz a banda, oorspronkelijk ontstaan onder vissers die de vis apart aten en de rijst kookten in de bouillon. In de havenrestaurants staat het bijna overal op de kaart.

De combinatie van werkende vissershaven, veerbootverkeer en restaurants geeft de Puerto de Dénia een eigen sfeer die je in de rest van de stad niet vindt.

Bezoekdetails: De visveiling vindt doordeweeks in de vroege namiddag plaats en is open voor publiek. Veerboten naar Ibiza en Formentera vertrekken meerdere keren per dag in het hoogseizoen — informeer bij Baleària voor actuele tijden.


Platja de les Marines

Les Marines is het lange zandstrand ten noorden van de haven, dat doorloopt tot ver voorbij de stadsgrenzen richting Oliva. Dit is het familiestrand van Dénia: vlak water, fijn zand, redelijke voorzieningen en een boulevard met chiringuitos die de hele dag open zijn. Het strand is opgedeeld in secties: Les Marines, Les Deveses, La Almadraba; elk met een eigen sfeer, maar in de praktijk lopen ze in elkaar over.

De kust loopt langzaam af, wat het strand geschikt maakt voor kinderen en voor mensen die niet van hoge golven houden. Het water is iets minder helder dan bij Les Rotes, maar de ruimte maakt dat ruimschoots goed. In het hoogseizoen zijn er reddingswachten, ligbedden en parasols te huur en wateractiviteiten beschikbaar. Buiten het seizoen is het strand vrijwel leeg en kun je kilometers lopen zonder iemand tegen te komen.

Achter een deel van het strand, richting Les Deveses, ligt een beschermd duinengebied. Een korte wandeling door de duinen is geen overbodige luxe voor of na het zwemmen.

Bezoekdetails: Het strand is gratis toegankelijk. Parkeergelegenheid langs de boulevard; in het hoogseizoen vroeg komen of de bus nemen vanuit het centrum.


Cova Tallada

De Cova Tallada is een zeegrot die je alleen bereikt via een wandeling over de rotsachtige kust ten zuiden van Les Rotes, of met een kajak vanuit zee. Daardoor is het een van de avontuurlijkere bestemmingen rond Dénia. De grot is deels in de rotswand uitgehakt — vandaar de naam “gesneden grot” — en loopt diep het klif in tot een grote ruimte die op het water uitkomt.

De wandeling ernaartoe over de kustpaden duurt ongeveer een uur en vraagt enige klim- en klautervaardigheid. Binnen krijgt de grot een blauwgroene gloed: het zonlicht weerkaatst door het turquoise water naar binnen en verlicht de wanden van onderaf. Het is koel, stil en aanzienlijk rustiger dan de wereld erbuiten.

Je kunt de grot ook bereiken met een kajak of standup paddleboard vanuit Les Rotes. Lokale verhuurders in de buurt van de haven organiseren tochten daarheen.

Bezoekdetails: De wandeling is alleen aan te raden voor wie stevig ter been is. Draag stevige sandalen of wandelschoenen, geen slippers. De grot is gratis toegankelijk; ga bij kalm zeeweer voor de veiligste condities.


Torre del Gerro

De Torre del Gerro is een 16e-eeuwse waakttoren op een klif boven Les Rotes. Eeuwenlang werd hiervandaan de kust in de gaten gehouden voor aanvallen van Berberpiraten. Het is een van de beter bewaarde exemplaren van de reeks kustverdedigingstorens die de Spaanse kroon na aanhoudende overvallen langs de hele oostkust liet bouwen in de 15e en 16e eeuw.

De toren zelf is gesloten voor bezoekers, maar de omgeving is de moeite waard. Vanaf het klif heb je een breed zicht over de kust van Les Rotes, de inhammen en de zee tot aan de horizon. Op heldere dagen zie je de contouren van de Balearen. Het pad ernaartoe loopt door het buitenste deel van het Montgó-park en is het aangenaamst in de vroege ochtend of de late namiddag.

De Torre del Gerro is een mooie combinatie van geschiedenis en kustlijn, en is een plek die de meeste bezoekers eenvoudigweg overslaan.

Bezoekdetails: De toren is vrij toegankelijk vanuit de kustweg van Les Rotes. Combineer het bezoek met een wandeling langs de kust of een snorkelstop in een van de inhammen eronder.


Mercat Municipal

De Mercat Municipal is de overdekte markt in het centrum, en een van de directere manieren om te zien waarom Dénia een UNESCO-gastronomische stad mag heten. ’s Ochtends is het er het drukst: verse groenten en fruit van lokale boeren, vis rechtstreeks van de vissershaven, vlees, kaas, olijven en kruidenierswaren.

Op de visstallen vind je in het seizoen vrijwel altijd de gamba roja, naast zeebaars, dorade, inktvis en octopus. De groente- en fruitstallen laten de productie van het achterland zien: sinaasappels uit de Valenciaanse valleien, tomaten, amandelen, vijgen en lokale wijnen. De markt is in de eerste plaats voor de lokale bevolking, niet voor toeristen, en dat zie je terug in de prijzen en de sfeer.

Naast de vaste stallen heeft de markt een snackbar waar je voor weinig geld een vers sapje, een bocadillo of een stukje tortilla kunt eten terwijl de markt om je heen op gang komt. Voor een vroeg ontbijt is dit een prima adres.

Bezoekdetails: De markt is ’s ochtends geopend van maandag tot en met zaterdag, met vrijdag en zaterdag als drukste dagen. Kom voor 10:00 uur voor het grootste aanbod.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Dénia

Beste tijd om Dénia te bezoeken

April tot juni en september tot half oktober zijn de aangenaamste periodes. Temperaturen liggen dan tussen de 18 en 26 graden, de zee is warm genoeg om in te zwemmen en de stranden zijn rustig. Juli en augustus zijn echt zomer: druk en heet, vol terrasleven, maar je moet vroeg uit de veren voor een goede plek op het strand of een parkeerplaats. De winter is mild en stil, en geschikt als je vooral het lokale Dénia wil zien: winkels en cafés blijven open, de toeristische drukte is weg.

Vervoer van en naar Dénia

Vlieg naar Alicante-Elche (ALC), op circa 100 kilometer afstand. Vanaf het vliegveld pak je een huurauto of de ALSA-bus. Reken op anderhalf uur. Vanuit Valencia (zo’n 100 km) is Dénia goed bereikbaar via de N-332 of de snelweg. De TRAM-kusttram verbindt Dénia met Benidorm langs de kust en is een ontspannen manier om de omgeving te verkennen. In de stad zelf is veel te voet te doen; de kern is compact. Voor uitstapjes naar het achterland of de naburige plaatsen is een huurauto handig.

Taxi vanaf het vliegveld

De ALSA-bus vanaf Alicante airport is de voordeligste optie, al ben je daar anderhalf uur tot iets langer mee onderweg. Liever vooraf een taxi reserveren die je in iets meer dan een uur direct vanaf de aankomsthal naar je accommodatie brengt? Dat kan hier:


Praktische tips

Spanje eet laat: lunch tussen 14:00 en 15:00 uur, het diner begint zelden voor 21:00 uur. De siësta wordt in Dénia serieus genomen; veel winkels zijn tussen 14:00 en 17:30 dicht. Stel het reserveren van populaire restaurants niet uit tot de laatste dag. Voor Quique Dacosta is weken tot maanden vooraf boeken eerder regel dan uitzondering. In Dénia wordt naast Spaans ook Valenciaans gesproken; een paar woorden Spaans worden altijd gewaardeerd.

Accommodatie in Dénia

Dénia heeft een breed aanbod, van kleine boutiquehotels in het centrum tot vakantieappartementen langs Les Marines. Wil je alles lopend kunnen doen, kies dan voor een hotel in het centrum of bij de haven. Appartementen en vakantiehuizen langs Les Marines zijn populair bij gezinnen die meer ruimte en de voordeur op het strand willen.

Restaurants in Dénia

In Dénia kun je serieus eten, van eenvoudige tapas bij de markt tot Michelin-keukens. De gamba roja vind je overal, maar de bereiding verschilt per adres.

  • Quique Dacosta Restaurant: Het driesterrenrestaurant van chef Quique Dacosta is een van de bekendste gastronomische adressen van Spanje. Dacosta werkt hyperlokaal en met seizoensproducten, vaak in lange, kunstzinnige menu’s. Reserveren is maanden van tevoren noodzakelijk.
  • El Pegolí: Een gevestigd visrestaurant in Les Rotes, al decennia bekend om verse vis en zeevruchten. De gamba roja wordt hier kort gegrild met grof zeezout. Meer is niet nodig.
  • La Seu: Een wijnbar en restaurant in het hart van de oude stad. Lokale wijnen, korte kaart, ontspannen sfeer. Werkt ook zonder reservering.
  • Restaurante El Raset: Klassiek visrestaurant aan de haven dat al generaties de vangst van de dag serveert in een eenvoudige zaak. De arròs a banda is hier een vaste waarde.
  • Casa Federico: Een informeel eethuisje in het centrum, bekend om genereuze tapas en vriendelijke bediening. Hier eet de lokale bevolking; geen franje, eerlijke prijzen.

Dagtrips vanuit Dénia

Calpe

Calpe ligt op zo’n 30 kilometer ten zuiden van Dénia. De Peñón de Ifach, een kalksteenrots van 332 meter die uit zee omhoogkomt, zie je al van ver komen. In Calpe vind je naast de rots Romeinse ruïnes aan de waterkant, flamingo’s bij de zoutmeren van Les Salines en een paar van de betere stranden van de Costa Blanca.

Altea

Altea ligt op 40 kilometer en hoort tot de meest fotogenieke plaatsen van de Costa Blanca. Het witte bergdorp heeft een blauw-witte koepelkerk, steile straatjes met kunstgaleries en terrasjes met zicht over de baai. Het contrast met de gewone strandkust eronder is opvallend.

Valencia

Valencia ligt op anderhalf uur rijden naar het noorden. De derde stad van Spanje heeft de Ciudad de las Artes y las Ciencias van Calatrava, een grote kathedraal, een historisch centrum waar je een dag in kwijt kunt en wat door velen als de beste paella van Spanje wordt gezien. Per auto of snelbus prima te combineren met een verblijf in Dénia.

Conclusie

Dénia heeft geen wereldberoemde topattracties; de kracht zit in de combinatie. Het kasteel, de Montgó, Les Rotes, de haven met de gamba roja en de markt zijn elk op zichzelf de moeite waard, en bij elkaar maken ze een aangenamere kuststad dan veel buurplaatsen aan de Costa Blanca. De UNESCO-titel voor gastronomie is geen marketingvondst maar een gevolg van hoe serieus de stad met haar keuken omgaat. Tel daar de ligging bij op — Valencia, Calpe en Altea op rijafstand, de Balearen vanuit de haven — en je hebt een prima uitvalsbasis voor wie de Costa Blanca verder wil verkennen dan de meest bekende namen.

Highlights Denia

Dénia, aan de voet van de Montgó, heeft een Moors kasteel met uitzicht over twee kusten, een werkende vissershaven, UNESCO-status voor gastronomie en een rustige rotskust waar je nog goed kunt snorkelen.

Veelgestelde vragen over Dénia

April tot juni en september-oktober. Het is dan 20 tot 25 graden, de stranden zijn rustig en je kunt prima wandelen in het Montgó-park. Juli en augustus zijn druk en heet, prima als je vooral wilt zwemmen. De winter is mild en stil; goed als je de lokale kant van de stad wil zien.
Vlieg naar Alicante-Elche (ALC), op ongeveer 100 kilometer afstand. Vandaar pak je een huurauto of de ALSA-bus. Reken op anderhalf uur. Vanuit Valencia (ook circa 100 km via de N-332 of AP-7) is Dénia eveneens goed bereikbaar. Vanuit de haven vaart Baleària richting Ibiza of Formentera; handig om te combineren met een eilandtrip.
Dénia heeft twee kustlijnen. Ten noorden van de haven liggen de lange zandstranden van Les Marines en Les Deveses, rustig en geschikt voor gezinnen. Ten zuiden ligt de rotsige kust van Les Rotes, met helder water en goede snorkelplekken. Voor het mooiste water ga je naar Les Rotes, voor het breedste zand naar Les Marines.
Dénia kreeg deze titel in 2015 als onderdeel van het UNESCO Creative Cities Network. Het gaat om een combinatie van factoren: lokale producten zoals de gamba roja de Dénia, seizoenskoken, een groot aantal restaurants per inwoner en de aanwezigheid van topkoks zoals Quique Dacosta, die in Dénia drie Michelin-sterren bij elkaar kookte.
Een diepzeegarnaal die voor de kust van Dénia gevangen wordt. Hij heeft een intense smaak en is licht zoet. Meestal wordt hij simpel bereid: gegrild of kort gekookt met grof zeezout. In de restaurants aan de vissershaven staat hij vrijwel altijd op de kaart, met een prijs die daarbij past.
Ja. Het Parc Natural del Montgó heeft routes voor verschillende niveaus. De klim naar de top (753 meter) vertrekt vanuit Jesús Pobre of vanuit Dénia zelf en duurt 3 tot 4 uur retour. Het pad is steil maar goed gemarkeerd. Draag stevige schoenen, neem voldoende water mee en start vroeg, zeker in de zomer.
Calpe ligt op 30 kilometer, met de Peñón de Ifach als oriëntatiepunt. Altea is een wit bergdorp op 40 kilometer. Valencia, op anderhalf uur rijden, heeft de Ciudad de las Artes y las Ciencias en wordt door velen als de paella-hoofdstad gezien. En vanuit de haven vaart Baleària in twee uur naar Ibiza.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.