Costa Blanca · Oost-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Elche - Wat te doen in Elche?

Elche - Top 10 bezienswaardigheden en tips

Header afbeelding van Elche in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Elche

Elche ligt in de provincie Alicante, een kilometer of twintig ten zuidwesten van de provinciehoofdstad, en staat middenin het grootste palmbos van Europa. Geen parkje met wat palmen, maar ruim tweehonderdduizend dadelpalmen die in rijen dwars door de wijken lopen, geplant langs waterkanalen die de Moren duizend jaar geleden aanlegden. Je loopt het centrum uit, gaat een poort door en staat tussen de stammen. Het beschermde deel van dat palmeral staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Verder is Elche een werkstad die van schoenen leeft, met negen kilometer duinstrand op een kwartiertje rijden.

Kaart Elche Spanje - waar ligt Elche

Inleiding tot Elche

Met ruim 243.000 inwoners is Elche na Valencia en Alicante de derde stad van de regio Valencia. In het Valenciaans heet de stad Elx, en beide namen staan door elkaar op de borden. De luchthaven Alicante-Elche ligt op gemeentegrond, een kilometer of tien ten oosten van het centrum, wat dit een van de makkelijkst bereikbare steden van de Costa Blanca maakt.

Toch blijven de meeste vakantiegangers hier hooguit een halve dag hangen. Elche is dan ook geen toeristenstad. De schoenenindustrie is de motor, en op een doordeweekse ochtend zie je vooral mensen die naar hun werk gaan. Het historische centrum is klein: de basiliek, het paleis, de riviergeul van de Vinalopó en een paar pleinen. Daaromheen ligt het groen.

Informatie over Elche

  • Costa
    Costa Blanca
  • Bevolking
    243.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 17°C
    Lente: 22°C
    Zomer: 31°C
    Herfst: 25°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Alicante-Elche (ALC)
  • Locatie in Spanje
    Oost-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Elche

De oudste stad lag niet waar Elche nu staat, maar twee kilometer zuidelijker, op de heuvel van La Alcudia. Daar zat een Iberische nederzetting die later Romeins werd, onder de naam Colonia Iulia Ilici Augusta. Op 4 augustus 1897 stuitte een landarbeider daar met zijn pikhouweel op een kalkstenen borstbeeld met een streng gezicht en twee enorme haarwielen naast het hoofd. De Dama de Elche is nu het bekendste beeld uit de Iberische kunst. Het origineel staat in Madrid.

De Moren verlegden de stad. Zij bouwden een nieuwe kern op de plek van het huidige centrum en legden het irrigatiesysteem aan dat alles bepaalde wat daarna kwam. Water uit de Vinalopó ging via kanalen, acequias, over het droge land, en langs die kanalen plantten ze dadelpalmen. Die hielden de grond vast en gaven schaduw aan de gewassen eronder. Dat landbouwsysteem is het palmbos dat er nu nog ligt.

In 1265 kwam Elche onder christelijk bestuur. De moskee verdween en op die plek kwam later de Basílica de Santa María. Het Misteri d’Elx, het gezongen mysteriespel dat daar elk jaar wordt opgevoerd, gaat terug tot de vijftiende eeuw. In de negentiende eeuw kwam de schoenennijverheid op, eerst als thuiswerk met espadrilles van hennep en esparto, later als industrie. In de jaren zestig en zeventig groeide de stad hard en verrezen hele wijken tussen de palmen.

De top 10 bezienswaardigheden in Elche

Palmeral de Elche

Het palmbos Palmeral de Elche met dadelpalmen in rijen

Het Palmeral de Elche is het grootste palmbos van Europa en sinds 2000 werelderfgoed. In de gemeente staan ruim tweehonderdduizend dadelpalmen; het beschermde palmbos zelf telt er zo’n zeventigduizend, verdeeld over tuinen die huertos heten en die met muurtjes van elkaar gescheiden zijn. Bijzonder is niet het aantal maar de opzet. De Moren plantten de palmen in lange rechte rijen langs de acequias, zodat elke boom bij zijn wortels water kreeg en de gewassen eronder in de schaduw stonden. Dat werkt nog steeds zo. Je loopt tussen hoge stammen door en ziet af en toe een gemetseld sluisje. Volg de Ruta del Palmeral, een bewegwijzerde route langs de mooiste huertos.

Bezoekdetails: De openbare delen zijn gratis en altijd toegankelijk, de afgesloten huertos hebben eigen tijden. Begin bij het Parque Municipal of bij het bezoekerscentrum aan de Porta de la Morera. Reken op anderhalf tot twee uur. Ga in de zomer ’s ochtends vroeg.


Huerto del Cura

Huerto del Cura in Elche met de Palmera Imperial

Huerto del Cura is de bekendste huerto die tot botanische tuin is omgebouwd. Tussen de dadelpalmen liggen vijvers, cactusperken en een rozentuin. Het pronkstuk staat halverwege: de Palmera Imperial, een palm waarbij uit één stam zeven armen omhoog groeien, als een kandelaar. De boom is ruim honderdvijftig jaar oud en genoemd naar keizerin Elisabeth van Oostenrijk, Sisi, die hier in het najaar van 1894 langskwam. Verderop staat een replica van de Dama de Elche. De tuin is genoemd naar de priester die er in de negentiende eeuw voor zorgde.

Bezoekdetails: Dagelijks open, toegang zes euro tachtig, minder voor kinderen en 65-plussers. Aan de Porta de la Morera, tien minuten lopen van de basiliek. Reken op drie kwartier. Neem water mee, op de paden is weinig schaduw.


Basílica de Santa María

Basílica de Santa María in Elche met blauwe koepel

De basiliek staat op de plek waar tot de dertiende eeuw de hoofdmoskee stond. Wat je nu ziet is gebouwd tussen 1672 en 1784 en is barok, met een blauwe betegelde koepel die je van ver over het palmbos ziet liggen en een zwaar bewerkte hoofdingang van blauwgrijze steen. Het gebouw is niet als gewone parochiekerk ontworpen maar als decor voor het Misteri d’Elx, en dat zie je aan de koepel: daar zitten luiken waardoor de machinerie van het spel naar beneden zakt. Je kunt de toren van 37 meter beklimmen, 170 treden, en kijkt dan uit over de daken en de palmen.

Bezoekdetails: De kerk is gratis buiten de diensten om, de toren kost een paar euro en is niet altijd open. Aan de Plaça de Baix. Reken op een half uur, met de toren drie kwartier. De klim is smal en steil.


Palacio de Altamira en museum MAHE

Palacio de Altamira in Elche, nu museum MAHE

Aan de rand van het centrum, met de riviergeul van de Vinalopó ernaast, staat een vierkant paleis met zware torens. Het Palacio de Altamira werd eind vijftiende eeuw gebouwd op de resten van een Almohadische burcht uit de twaalfde of dertiende eeuw. Na de burgeroorlog gebruikte het Franco-regime het gebouw als gevangenkamp. Sinds 2006 zit het MAHE erin, het archeologisch en historisch museum van Elche. De opstelling loopt van de prehistorie via de Iberiërs en de Romeinen naar de Moorse en christelijke stad, met vondsten uit La Alcudia. Een deel ligt ondergronds, waar je de funderingen van het oorspronkelijke kasteel ziet. Je kunt ook de torens in.

Bezoekdetails: Dinsdag tot en met zondag open, toegang een paar euro en op sommige dagen gratis. Naast het Parque Municipal. Reken op anderhalf uur.


Torre de la Calahorra

Torre de la Calahorra in Elche, middeleeuwse verdedigingstoren

Midden tussen de winkelstraten staat een blok baksteen dat er niet bij past. Dat is de Torre de la Calahorra, gebouwd door de Almohaden rond het eind van de twaalfde eeuw en het laatste serieuze restant van de middeleeuwse stadsmuur. De toren bewaakte de Lucentina-poort, de toegang tot de ommuurde stad vanaf de weg uit Alicante. De muren zijn meters dik, de vensters klein, en van binnen gaat een houten trap langs de verdiepingen omhoog. Binnen is een kleine expositie over de verdediging van de stad.

Bezoekdetails: Wisselende openingstijden, meestal een paar uur per dag en gratis. In het centrum, twee minuten van de basiliek. Reken op twintig minuten.


Arabische baden (Baños Árabes)

Onder het klooster van La Merced liggen de restanten van een badhuis uit het midden van de twaalfde eeuw. De monniken die er eeuwenlang woonden gebruikten de ruimtes als kapel, opslag en wijnkelder; pas bij opgravingen in de jaren negentig kwam het badhuis weer tevoorschijn, en in 1998 ging het open voor bezoek. Je loopt door de drie klassieke vertrekken van een Moors badhuis: de koude, de lauwe en de warme ruimte, met gemetselde gewelven waarin sterren en achthoeken zijn uitgespaard. Door die openingen viel daglicht op de stoom. Je bent er zo doorheen, maar je staat wel in een compleet Moors badhuis, met alle drie de vertrekken nog onder hun gewelven.

Bezoekdetails: Dinsdag tot en met zaterdag open, ’s ochtends en ’s middags, zondag alleen ’s ochtends; toegang één euro en op zondag gratis. Aan de Passeig de les Eres de Santa Llúcia. Reken op twintig minuten.


Museu de la Festa en het Misteri d’Elx

Het Misteri d’Elx is een gezongen mysteriespel over de dood en hemelvaart van Maria, dat sinds de vijftiende eeuw elk jaar op 14 en 15 augustus in de basiliek wordt opgevoerd. Alle rollen worden gezongen door mannen en jongens uit de stad zelf, in het Valenciaans, en uit de koepel zakken constructies waarmee engelen boven het publiek zweven. UNESCO zette het in 2001 op de lijst van immaterieel erfgoed, als eerste Spaanse item. Kom je niet in augustus, dan laat het Museu de la Festa de kostuums, de partituren en vooral de houten machinerie zien. Er draait een film met opnames van de voorstelling.

Bezoekdetails: Dinsdag tot en met zondag open, toegang een paar euro. Naast de basiliek. Reken op drie kwartier. De voorstelling zelf is gratis, maar dan sta je uren van tevoren in de rij.


La Alcudia

Twee kilometer ten zuiden van het centrum ligt de heuvel waar de stad ooit begon. La Alcudia is een archeologische vindplaats met lagen die van de bronstijd via de Iberiërs naar de Romeinse kolonie Ilici lopen. Je loopt over houten paden langs blootgelegde straten, huisfunderingen, een vroegchristelijke basiliek en resten van het forum. Hier kwam in 1897 de Dama de Elche uit de grond. Het origineel staat in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid; op de vindplek zelf staat een replica. Het museum bij de ingang legt de opgravingen uit.

Bezoekdetails: Dinsdag tot en met zondag open, een paar euro voor vindplaats en museum samen. Twee kilometer buiten het centrum, met bus of taxi te doen. Reken op anderhalf uur. Weinig schaduw.


Parque Municipal

Het Parque Municipal is het stuk palmbos dat de stad tot openbaar park heeft gemaakt, pal naast het centrum en gratis toegankelijk. Het is de makkelijkste manier om te snappen wat het palmeral is: paden tussen de stammen, vijvertjes en oude acequias. Direct naast het park zit het Museo del Palmeral, met uitleg over de irrigatie, het oogsten van dadels en het vlechten van palmbladeren. Voor Palmzondag worden hier bleke palmbladeren tot ingewikkelde figuren gevlochten die door heel Spanje verkocht worden.

Bezoekdetails: Gratis en dagelijks open tot zonsondergang, het museum heeft beperktere tijden. Tussen de basiliek en het Palacio de Altamira. Reken op een uur.


De stranden: Arenales del Sol, El Carabassí en El Pinet

De gemeente Elche heeft een kilometer of negen kust, alleen ligt die niet aan het centrum vast. Reken op een kwartier tot twintig minuten rijden. Arenales del Sol is het drukste en meest bebouwde strand, met appartementen en strandtenten. El Carabassí ligt er pal naast en is het tegenovergestelde: een brede zandvlakte met hoge duinen en nauwelijks bebouwing, dus neem water en eten mee. El Pinet ligt zuidelijker, tegen de zoutmeren van Santa Pola aan, en is rustig en ondiep. Achter de kust ligt natuurgebied Clot de Galvany, met kijkhutten waar je flamingo’s en reigers ziet.

Bezoekdetails: Vrij toegankelijk, bij Arenales del Sol met douches, toiletten en horeca. In de zomer rijdt er een bus vanuit Elche, verder is een auto handiger. In augustus is parkeren een probleem. Reken op een halve dag.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Elche

Beste tijd om Elche te bezoeken

April, mei, september en oktober zijn de beste maanden. Je hebt dan 22 tot 27 graden, precies goed om uren door het palmbos te lopen. In juli en augustus tikt de thermometer de 31 graden aan en vaak meer, en verplaats je je van schaduw naar schaduw. Wil je het Misteri zien, dan moet je juist wel in augustus komen, op de 14e en 15e. Daar gaat op 13 augustus de Nit de l’Albà aan vooraf: de hele stad steekt vuurwerk af en om middernacht schiet de Palmera de la Virgen vanaf de basiliektoren de lucht in. Reken dan op volle hotels en hitte.

Vervoersopties van en naar Elche

De luchthaven Alicante-Elche ligt op gemeentegrond, een kilometer of tien van het centrum, dus je bent er in een kwartier met de auto. Er rijden bussen vanaf de terminal naar het busstation en een taxi kost een euro of twintig. Vanuit Alicante rijdt elk uur de Cercanías-lijn C-1 naar station Elx Parc, ongeveer een half uur onderweg. Binnen de stad loop je overal naartoe: het centrum, de basiliek, het park en Huerto del Cura liggen dicht bij elkaar. Voor de stranden en La Alcudia heb je een auto of bus nodig.

Praktische tips

Neem water mee en zorg voor een hoed. Dat klinkt flauw voor een stad met tweehonderdduizend palmen, maar palmen geven minder schaduw dan je denkt en de paden tussen de huertos liggen vol in de zon. De meeste musea zijn maandag dicht en de kleinere attracties hebben wisselende en beperkte openingstijden, dus check ze voordat je gaat. Het park zelf is altijd open.

Accommodatie in Elche

Elche is geen badplaats en dat merk je aan het hotelaanbod. Het zijn vooral zaken- en stadshotels in en rond het centrum, met een paar nettere opties tegen het palmbos aan. De prijzen liggen lager dan aan de kust bij Alicante of Benidorm. Wie ruimte zoekt, boekt een appartement bij Arenales del Sol en rijdt in een kwartiertje de stad in. Voor 13, 14 en 15 augustus boek je maanden vooruit, want dan zit de hele stad vol voor de Nit de l’Albà en het Misteri.

Restaurants in Elche

De keuken van Elche is die van de provincie Alicante, met rijst in de hoofdrol en dadels uit eigen palmbos. Je eet het beste in de zijstraten rond de Plaça de Baix, waar je voor weinig geld een menú del día krijgt. Een paar dingen om te bestellen:

  • Arroz con costra: Rijst met varkensvlees en worst, met een laag geklopt ei eroverheen die in de oven tot een korst bakt. Het gerecht van Elche.
  • Dátiles de Elche: Dadels uit het eigen palmbos, vers of gevuld met amandel en in spek gewikkeld als tapa.
  • Arroz a banda: Rijst gekookt in visbouillon, waarbij de vis apart wordt opgediend. Van de kust bij Santa Pola.
  • Gazpacho de mero: Hartige stoofschotel met vis en stukken plat brood erdoor, ondanks de naam niet koud en geen soep.
  • Pericana: Koud voorgerecht van gedroogde paprika, zoutvis, knoflook en olijfolie, op geroosterd brood.

Dagtrips vanuit Elche

Alicante

Alicante ligt op ruim twintig kilometer en je bent er met de Cercanías-trein in ongeveer een half uur. De stad heeft de burcht Santa Bárbara op een rots boven het centrum, met een lift vanaf het strand, een lange palmenboulevard met golvende tegels en een oude wijk tegen de heuvel aan. Voor een dag stad met zee erbij is dit de logische uitstap. Zie ook Alicante voor meer informatie.

Santa Pola

Santa Pola ligt op een kilometer of twintig en is de vissershaven waar Elche zijn vis vandaan haalt. Er is nog een echte visafslag en een zestiende-eeuws fort midden in het dorp, gebouwd tegen de Barbarijse zeerovers. Interessanter zijn de zoutpannen aan de rand: roze en blauwe bassins waar flamingo’s staan te vissen. Vanuit de haven vaart de boot naar het eiland Tabarca. Zie ook Santa-Pola voor meer informatie.

Torrevieja

Torrevieja ligt een half uur naar het zuiden en draait om zout. De stad heeft twee lagunes naast elkaar, waarvan de ene knalroze kleurt door de algen en het zoutgehalte. Je kunt er wandelen en fietsen, en met geluk staan er flamingo’s in. In de stad zit een museum over de zoutwinning. Zie ook Torrevieja voor meer informatie.

Murcia

Murcia ligt op een kilometer of zestig, drie kwartier rijden over de snelweg. De kathedraal heeft een barokke voorgevel die eruitziet als een altaarstuk dat naar buiten is gezet, en het plein ervoor zit vol terrassen. Verder is er een grote overdekte markt en een gerestaureerd casino uit de negentiende eeuw. Zie ook Murcia voor meer informatie.

Jijona

Jijona ligt een uur naar het noorden, in de bergen achter Alicante, en is de plek waar de Spaanse turrón vandaan komt. Bijna de hele stad leeft van amandelnoga, met fabrieken die je kunt bezoeken en een museum erover. De rit door het binnenland met zijn amandelbomen is het halve uitje. Zie ook Jijona voor meer informatie.

Conclusie

Elche is de stad die je aan de Costa Blanca overslaat omdat de kust vlakbij ligt, en dat is een fout. Nergens anders in Europa loop je de deur uit een palmbos van tweehonderdduizend bomen in, op een irrigatiesysteem dat al duizend jaar draait. Er staat een barokke basiliek middenin waar inwoners elk jaar in augustus een middeleeuws zangspel opvoeren, en aan de rand ligt de heuvel waar de Dama de Elche uit de grond kwam. Een mooie stad in de folderbetekenis is het niet: flats tussen de palmen, weinig op toeristen ingericht. Dat maakt een dag hier juist prettig. En wil je toch naar zee, dan rijd je een kwartier.

Highlights Elche

Elche staat middenin het grootste palmbos van Europa: ruim tweehonderdduizend palmen in de gemeente, waarvan zo'n zeventigduizend in het beschermde palmeral. Dat palmeral staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst van UNESCO, en het mysteriespel Misteri d'Elx sinds 2001. De stad leeft van schoenen, ligt op ruim twintig kilometer van Alicante en heeft negen kilometer duinstrand op een kwartiertje rijden.

Veelgestelde Vragen

April, mei, september en oktober zijn het prettigst. Je hebt dan 22 tot 27 graden en je kunt overdag rustig door het palmbos lopen. Juli en augustus lopen richting de 31 graden of hoger, en dan is de schaduw onder de palmen geen luxe. De winter is zacht met een graad of zeventien, prima voor de stad maar te koud om te zwemmen.
Je vliegt naar Alicante-Elche (ALC), en die luchthaven ligt op het grondgebied van de gemeente Elche zelf, een kilometer of tien van het centrum. Er zijn directe vluchten vanaf Schiphol, Rotterdam en Eindhoven. Vanaf de terminal rijden bussen naar het centrum en een taxi kost een euro of twintig.
Het Palmeral de Elche is sinds 2000 werelderfgoed omdat het het grootste palmbos van Europa is en omdat het landschap er nog ligt zoals het bedacht is. De Moren legden een net van waterkanalen aan, acequias, en plantten de dadelpalmen in lange rijen langs die kanalen. Dat systeem werkt nog steeds. De palmen staan verspreid over de stad in afgebakende tuinen die huertos heten.
Het Misteri d'Elx is een middeleeuws zangdrama over de dood en hemelvaart van Maria, dat elk jaar op 14 en 15 augustus in de Basílica de Santa María wordt opgevoerd. Alle rollen worden gezongen door mannen en jongens uit de stad, in het Valenciaans. Uit de koepel zakken machines naar beneden waarmee engelen boven het publiek zweven. UNESCO zette het in 2001 op de lijst van immaterieel erfgoed.
In de stad niet. Het centrum, het palmbos, de basiliek en Huerto del Cura liggen op loopafstand van elkaar, en La Alcudia bereik je met een korte busrit of taxi. Voor de stranden is een auto wel handig, want die liggen een kwartiertje rijden richting de kust. In het zomerseizoen rijdt er ook een bus, maar niet heel vaak.
De kust hoort bij de gemeente maar ligt niet aan het centrum vast. Reken op een kwartier tot twintig minuten met de auto naar Arenales del Sol, El Carabassí of El Pinet. Het zijn brede zandstranden met duinen erachter, een stuk natuurlijker dan de bebouwde stranden verderop aan de Costa Blanca. Bij El Carabassí staat nauwelijks iets, dus neem water en eten mee.
Elx is de naam in het Valenciaans, de taal die in deze regio naast het Spaans officieel is. Elche is de Castiliaanse vorm. Je ziet beide namen door elkaar op borden en in het gemeentehuis, en inwoners gebruiken allebei. Het Misteri wordt in het Valenciaans gezongen, vandaar dat je dat stuk altijd als Misteri d'Elx geschreven ziet.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.