Costa Verde · Noord-Spanje

Mooiste bezienswaardigheden in Gijón - Wat te doen in Gijón?

Gijón - Ontdek de top 10 bezienswaardigheden

Header afbeelding van Gijón in Spanje

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Gijón

Gijón is de grootste stad van Asturië, met ruim tweehonderdzeventigduizend inwoners, en de belangrijkste havenstad aan de noordkust van Spanje. De stad heeft een wat eigenzinnig karakter: een oude vissersbuurt op een rotsschiereiland, een lang stadsstrand pal aan het centrum, Romeinse baden onder een glazen dak en een industrieel verleden van staal en scheepsbouw dat nog zichtbaar is in haar architectuur. Anders dan de gepolijste hoofdstad Oviedo voelt Gijón nuchterder en zilter, een werkstad die in de zomer een badplaats wordt. De Costa Verde, de groene Atlantische kuststreek, begint hier letterlijk aan het einde van de straat.

Kaart Gijón Spanje - waar ligt Gijón

Inleiding tot Gijón

Gijón ligt aan de Cantabrische Zee, op ongeveer dertig kilometer ten noorden van Oviedo en pal aan de Golf van Biskaje. De stad strekt zich uit rond een halfmaanvormige baai, met aan de westkant het schiereiland Santa Catalina (waarop de oude vissersbuurt Cimavilla zit), in het midden de jachthaven en de moderne stadskern, en aan de oostkant de lange boog van het strand Playa de San Lorenzo. Achter de stad rijst groen heuvelland op, met op heldere dagen de Picos de Europa in de verte zichtbaar.

Dit is Groene Spanje, een vochtige Atlantische streek waar de heuvels jaar in jaar uit hun kleur behouden. Geen olijfgaarden, geen palmen, maar weiden, beuken en eiken, koeien en appelboomgaarden. Het klimaat is mild en vochtig, vergelijkbaar met Bretagne of het zuiden van Ierland; de zomers zijn aangenaam (rond twintig tot vijfentwintig graden), de winters mild en nat. Gijón heeft daardoor een ander Spanje-gezicht: regenjas in de tas, sidra in het glas en het strand om de hoek.

De stad zelf is een mix van een oude vissersbuurt op het schiereiland, een 19e-eeuws stadsdeel met brede boulevards (het Centro), en een 20e-eeuws industriële periferie met scheepswerven, staalfabrieken en arbeiderswijken. Sinds de neergang van de zware industrie eind 20e eeuw heeft Gijón zich opnieuw uitgevonden als culturele en universitaire stad, met musea, een acuario en de monumentale Universidad Laboral als beeldmerk. Voor wie het regionale Spanje wil leren kennen, los van de toeristische routes van het zuiden, werkt Gijón goed als basis voor een paar dagen of als startpunt van een rondreis door Asturië.

Informatie over Gijón

  • Costa
    Costa Verde
  • Bevolking
    272.000
  • Gemiddelde temperatuur
    Winter: 10°C
    Lente: 13°C
    Zomer: 20°C
    Herfst: 15°C
  • Dichtstbijzijnde grote luchthaven
    Luchthaven Asturias (OVD)
  • Locatie in Spanje
    Noord-Spanje

Achtergrond en geschiedenis van Gijón

De geschiedenis van Gijón begint in de Romeinse tijd. De nederzetting heette toen Gigia en lag op het schiereiland Santa Catalina, de huidige Cimavilla. De Romeinen bouwden er in de eerste eeuw na Christus een vissersgemeenschap met een klein havenstadje, en in de eerste en tweede eeuw na Christus verrezen aan de voet van het schiereiland thermale baden, de Termas Romanas de Campo Valdés. Deze baden lagen verzonken onder latere bebouwing en werden aan het begin van de twintigste eeuw teruggevonden; in 1995 zijn ze opengesteld als ondergronds museum onder een glazen dak op het plein Campo Valdés, midden in het oude stadshart.

Na de val van het Romeinse Rijk werd Gijón onderdeel van het Visigotische rijk en later, vanaf de achtste eeuw, van het christelijke Koninkrijk Asturië dat tegen de Moorse expansie standhield. De stad lag aan de rand van dit koninkrijk en bleef bescheiden van omvang, een vissersnederzetting met een kleine vesting op het schiereiland. In de middeleeuwen werd Gijón verschillende keren bezet en bevochten, onder andere door rivaliserende adellijke families. In de tweede helft van de dertiende eeuw kreeg Gijón een vorm van stadsrecht onder de Castiliaanse kroon; de oude muren en delen van de middeleeuwse straatstructuur zijn nog terug te vinden in Cimavilla.

Het bepalende tijdvak voor het moderne Gijón is de negentiende en twintigste eeuw. Vanaf rond 1850 ontwikkelde de stad zich tot een van de belangrijkste industriële havens van Spanje. In de achterliggende Asturische bergen werd steenkool gewonnen, die via Gijón werd verscheept; de stad zelf werd een centrum voor staal, scheepsbouw en glas. De haven werd uitgebreid (eerst El Musel, in 1907 ingewijd), de bevolking verdrievoudigde en hele nieuwe arbeiderswijken werden gebouwd. De Universidad Laboral, opgericht in de jaren vijftig als opleidingsinstituut voor mijnwerkerskinderen, is het meest tastbare symbool van die industriële ambitie.

In de tweede helft van de twintigste eeuw kwam de zware klap. Mijnen sloten, scheepswerven krompen, de staalindustrie consolideerde. Gijón verloor duizenden banen en raakte begin jaren tachtig diep in de crisis. De stad heeft zich sindsdien hervonden door in te zetten op cultuur, universiteit en toerisme. Oude havengebieden werden tot wandelpromenades omgebouwd, de oude vissersbuurt Cimavilla werd gerestaureerd, en de Universidad Laboral werd ingericht als cultureel complex. Vandaag is Gijón administratief het op één na grootste centrum van Asturië, na hoofdstad Oviedo, maar in inwonertal de grootste stad van de regio en het levendigste stedelijke punt aan de Costa Verde.

De top 10 bezienswaardigheden in Gijón

Cimavilla en Cerro de Santa Catalina

Elogio del Horizonte van Eduardo Chillida op het Cerro de Santa Catalina in Gijón

Cimavilla is de oude vissersbuurt van Gijón, gebouwd op het rotsschiereiland Santa Catalina dat de baai van de stad in twee delen splitst. De buurt klimt vanaf het haventje en de Plaza del Marqués in steile straatjes omhoog, langs witgekalkte huizen, smalle balkons met de was buiten, en op elke hoek een sidrería of bodega. Hier woonden tot in de twintigste eeuw de vissersfamilies van Gijón; vandaag is het een gewilde woonbuurt en het cafétoeristisch hart van de stad, vooral ’s avonds wanneer de sidra in de straat wordt geschonken.

Boven op het schiereiland ligt het Cerro de Santa Catalina, een grasveld met uitzicht in alle richtingen. Hier stond ooit een vesting (vandaar de naam); de muren zijn deels nog zichtbaar, maar het terrein is nu een vrij toegankelijk park. Aan het uiteinde, op de noordpunt boven de zee, staat het beeld Elogio del Horizonte van de Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida uit 1990. Het is een massieve betonnen constructie van tien meter hoog, in de vorm van een omgekeerde U, waar je onder kunt staan; de wind die door de holte trekt, maakt een laag, fluitend geluid dat op grote schelpen lijkt. Het beeld is uitgegroeid tot een van de iconen van de stad.

Vanaf het Cerro kijk je uit over Cimavilla en de baai aan de ene kant, en op het brede Playa de San Lorenzo aan de andere kant. Op heldere dagen zie je de bergen van het Cantabrisch Gebergte in de verte. De wandeling vanaf het centrum naar de top duurt ongeveer twintig minuten, met onderweg trappen, terrasjes en uitzichtpunten. Beneden in Cimavilla loop je via de Plaza Mayor terug naar de stad.

Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk, gratis. Beste in late namiddag voor het licht. Reken op anderhalf uur inclusief wandeling Cimavilla en Elogio del Horizonte. Schoenen voor kasseien en trappen.


Playa de San Lorenzo

Drukke zomerdag op het stadsstrand Playa de San Lorenzo in Gijón bij de monding van de Piles

Playa de San Lorenzo is het stadsstrand van Gijón en het hart van het zomerleven. Het strand strekt zich uit in een brede halfmaan over ongeveer anderhalve kilometer, vanaf de voet van het Cerro de Santa Catalina tot aan de monding van de Piles-rivier in het oosten. Het zand is goudkleurig en fijn, de zee Atlantisch en koel (rond achttien graden in de zomer), en achter het strand loopt de promenade El Muro de San Lorenzo, een wandelboulevard met palmen, terrassen en een fietspad.

Bij eb verdubbelt het strandoppervlak en verschijnen brede platen vochtig zand waar kinderen voetballen en surfers naar de buitenste golven lopen. Bij hoogwater krimpt het strand tot een smalle strook tegen de promenade en lopen de golven tot tegen het muurtje. Het verschil tussen eb en vloed is groot voor een stadsstrand (vier tot vijf meter), goed om in de gaten te houden als je je spullen op het zand laat staan. Strandwachten zijn aanwezig in juli en augustus; in de zomer is ook een drijvende swim line uitgezet voor zwemveiligheid.

Halverwege de promenade, boven het strand, staat de Iglesia de San Pedro, een twintigste-eeuwse kerk gebouwd op de plek van een vijftiende-eeuwse voorganger, die tijdens de Spaanse Burgeroorlog in 1936 werd verwoest. De kerk heeft twee robuuste torens en een breed schip dat uitkijkt over het strand. De promenade is op zomeravonden de plek waar half Gijón komt wandelen, eten en de zon laat zakken; in de winter een rustige plek voor een lange ochtendloop. Op nieuwjaarsdag duiken hier honderden lokale durfals in het ijskoude water voor de traditionele Baño de San Silvestre.

Bezoekdetails: Strand altijd vrij toegankelijk, gratis. Beste in late namiddag. Strandwachten van juli tot half september. Douches en wc’s langs de promenade. Reken op een halve dag voor strand, El Muro en Iglesia de San Pedro.


Termas Romanas de Campo Valdés

Ondergrondse resten van de Termas Romanas de Campo Valdés, het Romeinse badhuis van Gijón

De Termas Romanas de Campo Valdés zijn de overblijfselen van een Romeins badhuis uit de eerste en tweede eeuw na Christus, ontdekt aan het begin van de twintigste eeuw en in 1995 opengesteld als museum onder een glazen dak op het plein Campo Valdés in Cimavilla. Het complex ligt verzonken onder het huidige straatniveau en is overdekt met een glazen dak, waardoor je vanaf het plein een aardige blik naar beneden hebt op de oude vloeren. Een trap leidt naar het ondergrondse museum, waar je tussen de overblijfselen kunt lopen.

Het badhuis maakte deel uit van Gigia, de Romeinse voorganger van Gijón, en bediende de inwoners van de havenstad. Te zien zijn de typische ruimten van een Romeins badcomplex: het frigidarium (koude bad), de tepidarium (lauwwarm bad), het caldarium (warme bad) met de hypocaustum-vloerverwarming op pijlertjes (pilae), en de praefurnium (de stookplaats). Een deel van het mozaïek op de vloer is bewaard gebleven, evenals de pijpen voor de warme lucht in de muren. Informatiepanelen in het Spaans en Engels leggen het systeem van Romeinse badcultuur uit.

Het museum is klein (een uur is genoeg), maar inhoudelijk verrassend. Naast de archeologische resten worden objecten getoond die op de plek zijn opgegraven: aardewerk, munten, fragmenten van fresco’s. Wat het bezoek extra waard maakt, is de combinatie met het plein Campo Valdés erboven: een aangenaam Cimavilla-plein met terrassen, vanwaar je doorloopt naar het Palacio de Revillagigedo en de oude haven. Een laag stadsgeschiedenis die je in andere Spaanse steden zelden zo midden in het centrum aantreft.

Bezoekdetails: Geopend van dinsdag tot zondag, gesloten op maandag. Bescheiden toegangsprijs. Reken op een uur. Combineer met Palacio de Revillagigedo en wandeling door Cimavilla.


Plaza Mayor en Ayuntamiento

Plaza Mayor van Gijón met het 19e-eeuwse Ayuntamiento links en de rode arcaden van het plein

De Plaza Mayor is het centrale plein van Cimavilla en in functie het hart van het oude Gijón. Het plein werd in zijn huidige vorm aangelegd in de negentiende eeuw, ter vervanging van een oudere middeleeuwse markt, en heeft een rechthoekige opzet met arcaden aan drie zijden. Onder de arcaden zitten klassieke sidrerías en kleine winkels, met op marktdagen kraampjes voor groente, fruit en bloemen. Op de vierde zijde, de zuidelijke, staat het stadhuis (Ayuntamiento) uit 1867, een gebouw met een sobere neoklassieke gevel en een fronton met het wapen van de stad.

Het Ayuntamiento huisvest het gemeentebestuur en is op werkdagen toegankelijk voor wie naar het bordes wil kijken; de mooiste zalen kunnen op aanvraag bezocht worden tijdens georganiseerde rondleidingen. Op de Plaza Mayor zelf staan terrassen rond een open ruimte die bij feesten als podium dient; het beeld van koning Pelayo, de mythische stichter van het Koninkrijk Asturië die de slag bij Covadonga in 722 won, vind je verderop aan de Plaza del Marqués. De Asturische identiteit, met haar trots op deze vroege weerstand tegen de Moren, is in dat beeld geconcentreerd.

Op zomeravonden is de Plaza Mayor een aangename plek voor een aperitief; in feestperiodes (vooral tijdens de Semana Grande in augustus) wordt het plein omgebouwd tot festivalterrein, met podia voor concerten en straatoptredens. Vanaf de Plaza Mayor loop je in twee minuten naar de Plaza del Marqués bij het haventje, naar de Plaza Campo Valdés met de Romeinse baden, en de straatjes van Cimavilla naar het Cerro de Santa Catalina in.

Bezoekdetails: Plein altijd vrij toegankelijk. Ayuntamiento op werkdagen open voor hal en bordes. Markt op donderdagochtend. Reken op een halfuur tot een uur voor plein plus terrasje.


Palacio de Revillagigedo en Plaza del Marqués

Palacio de Revillagigedo aan de Plaza del Marqués in Gijón, een 18e-eeuws barok paleis met twee hoektorens

Het Palacio de Revillagigedo staat aan de Plaza del Marqués, het pleintje aan de jachthaven aan de voet van Cimavilla. Het paleis werd tussen 1704 en 1721 gebouwd voor de familie Revillagigedo, een van de invloedrijke families van Asturië, die ervan een woonresidentie in barokke stijl maakte. Het is het belangrijkste burgerlijke gebouw uit de zeventiende en achttiende eeuw in Gijón, met twee robuuste hoektorens, een centraal portaal met het familiewapen en een grote middenpartij met balkons over twee verdiepingen. Sinds 1991 is het paleis omgebouwd tot een centrum voor hedendaagse kunst, het Centro Cultural Internacional Cajastur, met wisseltentoonstellingen van Spaanse en internationale kunstenaars.

Naast het paleis staat de Colegiata de San Juan Bautista, een kapel uit dezelfde periode die ooit als familiekapel bij het paleis hoorde. Samen vormen ze een ensemble dat de plek bepaalt; de Plaza del Marqués ervoor is een open ruimte met aan één kant de boten in de jachthaven (Puerto Deportivo) en aan de andere kant de heuvel van Cimavilla. In het midden van het plein staat een gestileerd twintigste-eeuws bronzen beeld van koning Pelayo, de mythische stichter van het Koninkrijk Asturië.

De jachthaven zelf is een populaire wandelplek, met zeiljachten, kleine vissersboten en aan de kades enkele restaurants en cafés. Vanaf hier kun je verder lopen naar het westen, langs de Puerto Deportivo en de moderne wijk Poniente met het Acuario aan het einde. Het ensemble Plaza del Marqués, Palacio de Revillagigedo en de jachthaven is een logische pauze tussen Cimavilla en het westelijke deel van het centrum.

Bezoekdetails: Plein altijd vrij toegankelijk. Paleis (kunstcentrum) geopend van dinsdag tot zondag, gratis tijdens tentoonstellingen. Reken op een uur. Aansluitend wandelen langs de jachthaven naar Poniente.


Museo del Pueblo de Asturias

Het Museo del Pueblo de Asturias ligt aan de oostkant van Gijón, vlak naast het Jardín Botánico Atlántico, en is een openluchtmuseum gewijd aan het Asturische plattelandsleven van de laatste eeuwen. Het museum werd opgericht in 1968 en is verspreid over een park van ruim drie hectare. Tussen weiden en boomgaarden staan een tiental traditionele Asturische gebouwen, deels op de plek herbouwd, deels uit andere delen van Asturië hier naartoe verplaatst.

Het bekendste element zijn de hórreos en paneras, de typische Asturische opslaggebouwen op vier of zes pijlers (pegollos). Hórreos zijn kleiner, paneras groter en met meer pijlers; ze werden gebruikt om mais, graan, peulvruchten en gedroogd vlees op te slaan, buiten bereik van knaagdieren en vocht. Daarnaast staan er een dorpsschool uit het begin van de twintigste eeuw, een molen, een appelpers voor cider, een houten boerenhuis en een herberg. Binnen in de gebouwen zijn werktuigen, meubelstukken en gebruiksvoorwerpen tentoongesteld, gerangschikt rond thema’s als landbouw, ambachten, dorpsleven en muziek.

Aan een rand van het park staat het Museo de la Gaita, een klein museum gewijd aan de doedelzak. De Asturische gaita is een instrument met een tweesplitsige geschiedenis tussen Asturië, Galicië en de Keltische gebieden van Europa. De collectie laat zien hoe het instrument is gemaakt, met voorbeelden uit Asturië, Galicië, Schotland, Ierland en de Balkan. Voor wie het traditionele Asturië buiten de stad wil leren kennen zonder zelf rond te rijden door de bergdorpjes, is dit museum een prima samenvatting in twee uur.

Bezoekdetails: Geopend van dinsdag tot zondag. Bescheiden toegangsprijs, vaak gratis op de eerste woensdag van de maand. Reken op twee uur inclusief Museo de la Gaita. Combineer goed met het naastgelegen Jardín Botánico.


Jardín Botánico Atlántico

De Jardín Botánico Atlántico ligt aan de oostkant van Gijón, naast het Museo del Pueblo de Asturias, en is een botanische tuin van bijna vijfentwintig hectare gewijd aan de flora van de Atlantische gordel. De tuin werd geopend in 2003 en is opgedeeld in vier hoofdgebieden: het Asturisch bos (Cantábrica), de plantenwereld van het noordelijk halfrond (Atlántico), de Werelddelen-tuin (Itinerario Atlántico) en een Botanische tuin van inheemse soorten.

Het Asturisch bos is het kerngebied: een wandelroute door een gerestaureerd Atlantisch loofbos met eiken, beuken, hazelaars en kastanjes, zoals het landschap van Asturië er eeuwen geleden uitzag. Hier loopt een beekje, staat een gerestaureerde watermolen en zijn kleine open plekken aangelegd met inheemse heesters en wilde bloemen. Het Itinerario Atlántico voert je langs plantsoorten uit Bretagne, Schotland, Ierland en Canada, gerangschikt naar de Atlantische klimaatzones aan beide kanten van de oceaan.

Een eigen aandacht trekt de Carbayón de Lavandera, een eik van ruim vierhonderd jaar oud, en het Jardín de la Isla, een romantische negentiende-eeuwse landschapstuin die in de tuin is geïntegreerd. Een wandeling van anderhalf tot twee uur is genoeg voor de hoofdpaden, met een koffie op de cafetaria onderweg. Voor wie houdt van botanica en landschapstuinen is dit een van de mooiste botanische tuinen van Spanje. Op regendagen blijft de tuin open; een paraplu erbij is wel handig.

Bezoekdetails: Geopend van dinsdag tot zondag. Bescheiden toegangsprijs, korting voor combinatie met Museo del Pueblo de Asturias. Reken op twee uur. Cafetaria aanwezig, prima voor de lunch.


Universidad Laboral

De Universidad Laboral ligt vier kilometer ten oosten van het centrum, in de wijk Cabueñes, en is het grootste gebouw van Spanje, met ongeveer tweehonderdzeventigduizend vierkante meter vloeroppervlak. Het complex werd tussen 1948 en 1956 gebouwd in opdracht van het toenmalige Franco-regime als opleidingsinstituut voor wezen en kinderen van mijnwerkers, en moest een ideologisch monument worden voor de waardigheid van arbeid. Architect was Luis Moya Blanco, een katholieke traditionalist die voor het project teruggreep op klassieke en barokke modellen.

Het resultaat is een ensemble van monumentale gebouwen rond een gigantische binnenplaats, met aan één kant een kerk in koepelvorm, aan een andere kant een theatercomplex, en daartussen kloostergangen, lesgebouwen en residenties. De toren van ongeveer honderdzeventien meter hoog (een van de hoogste van Spanje) is gebouwd in de stijl van een Italiaanse renaissancecampanile en kan beklommen worden voor uitzicht over de stad en de baai. Het ensemble combineert elementen uit het Escorial, het Vaticaan en italianiserende architectuur tot een geheel dat lange tijd als ongemakkelijk gold (vanwege de associatie met het franquisme), maar de laatste jaren weer als architectonisch monument wordt erkend.

Sinds de jaren negentig wordt het complex gebruikt als cultureel centrum, met een hogeschool voor kunsten, een theaterzaal, tentoonstellingsruimten en een opleidingsinstituut voor toerisme. Rondleidingen voeren langs de binnenplaats, de kerk, de theaterzaal en de toren. Reken op anderhalf uur voor een gegidste rondgang; in eigen tempo loop je in een uur de toegankelijke delen door. Een bus rijdt regelmatig vanaf het centrum naar de Universidad Laboral, in een dik kwartier.

Bezoekdetails: Geopend van dinsdag tot zondag, bescheiden toegangsprijs. Gegidste rondleidingen aanbevolen. Reken op anderhalf uur. Bus 1 of 18 vanuit centrum, of vijftien minuten met de auto.


Acuario de Gijón

Het Acuario de Gijón staat aan de oostelijke punt van de Playa de Poniente, vlak bij de jachthaven en de wijk Cimavilla. Het werd geopend in 2006 en is het grootste publieke aquarium aan de noordkust van Spanje, met ongeveer vierhonderd diersoorten verdeeld over zestig aquaria en tien biotopische zones. Het concept is dat je een reis maakt van de Asturische rivieren via de Cantabrische kust, de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee naar de tropische rifzones, met de fauna die in elk van deze wateren leeft.

De rondgang begint bij forel en zalm in de berekken en eindigt bij koraalriffen, met onderweg pinguïns van de Falklandeilanden, kwallen in een aparte zaal met paarslicht, octopussen, zeesterren in een aanraakbak en haaien in een groot panoramisch glazenpaneel. Een hoogtepunt voor kinderen is de tunnel door het grote bekken, waar zandtijgerhaaien, zaagvissen en grote roggen over je heen zwemmen. De totale rondgang neemt anderhalf tot twee uur in beslag.

Het Acuario is een goed alternatief voor een regendag of een ochtend met jonge kinderen. In het hoogseizoen kan het druk worden; vroeg in de ochtend of laat in de middag is rustiger. Combineer goed met een wandeling over de Playa de Poniente en de jachthaven, of een lunch op een van de terrassen aan de Plaza del Marqués in Cimavilla. Voor families is een combiticket met een ander museum vaak voordeliger; check vooraf de website voor actuele tarieven en openingstijden.

Bezoekdetails: Geopend dagelijks behalve maandag (in laagseizoen). Toegangsprijs hoger dan de meeste musea, maar redelijk voor de schaal. Reken op anderhalf uur tot twee uur. Goed bereikbaar met de auto (parkeerplaats aanwezig) of bus.


Calle Corrida en sidrerías op de Calle de la Estrella

De Calle Corrida is de hoofdstraat van het Centro van Gijón, een lange voetgangersstraat die het 19e-eeuwse winkelgebied verbindt met de Plaza del Marqués in Cimavilla. De straat is geheel verkeersvrij en wordt aan weerszijden geflankeerd door winkels, cafés en restaurants. Hier doe je de stedelijke winkelroute: Spaanse modeketens (Zara, Mango, El Corte Inglés iets verderop), kleine boetieks, schoenwinkels en boekhandels. Op zaterdagmiddag is het de drukst belopen straat van de stad.

Halverwege de Calle Corrida tak je af naar de Calle de la Estrella, de echte sidra-straat van Gijón. Hier staan zo’n tien tot vijftien klassieke sidrerías op een rij, met houten vaten in de gevel, tafels op het trottoir en escanciadores (cidre-schenkers) die aan elke tafel het bekende ritueel uitvoeren. De fles wordt hoog boven het hoofd gehouden, de cider valt in een dunne straal in een breed glas onder bij de heup, en je drinkt het glas in één teug uit. Een fles cider kost rond drie tot vier euro en is goed voor twee personen. Klassieke adressen zijn Sidrería Tierra Astur, Casa Trabanco, El Centenario en La Galana.

Het sidra-ritueel hoort bij Gijón net zoals het bij Oviedo hoort, maar de Calle de la Estrella heeft een iets jongere en levendigere sfeer dan de Calle Gascona in Oviedo. Bestel naast cider altijd tapas: chorizo a la sidra (chorizo gestoofd in cider), tabla de quesos asturianos (Asturische kazen waaronder Cabrales), bocartes (gebakken ansjovis), patatas con cabrales (frietjes met blauwe kaas-saus) of een schaal pulpo a la gallega. Op vrijdag- en zaterdagavond loopt de straat vol; doordeweeks is het wat rustiger, maar nooit leeg. Een avond eten en drinken hier hoort bij elk bezoek aan Gijón.

Bezoekdetails: Calle Corrida altijd vrij toegankelijk, beste op zaterdagmiddag voor winkels. Sidrerías geopend dagelijks van middag tot na middernacht. Reken op anderhalf uur voor eten en drinken.

Powered by GetYourGuide

Reistips voor Gijón

Beste tijd om Gijón te bezoeken

De zomer (juni tot september) is qua weer de beste periode, met dagtemperaturen rond de twintig tot vijfentwintig graden en het strand op loopafstand van het centrum. Half augustus is Semana Grande, de jaarlijkse feestweek met vuurwerk boven de baai, concerten op de pleinen en evenementen op het strand. Begin september is er de Fiesta de la Sidra Natural, met openluchtcider-bars op de promenade. Mei, juni en eind september zijn aangenaam maar regenachtiger; reken altijd op een paar buien in een Atlantische stad. De winter is mild voor noordelijke begrippen (rond tien graden overdag) maar nat en grijs; de stad is dan vooral een culturele bestemming met musea, sidrerías en theaters. Voor wie Gijón combineert met de Picos de Europa zijn mei en september ideaal: de bergen zijn toegankelijk en de stad zelf is rustiger.

Vervoersopties van en naar Gijón

De luchthaven Asturias (OVD) ligt op ongeveer veertig kilometer ten westen van Gijón. KLM heeft sinds maart 2026 een seizoensgebonden directe vlucht vanaf Schiphol (eind maart tot eind oktober, weekenden in voor- en najaar, dagelijks in juli en augustus). Buiten dat seizoen reis je via Madrid met Iberia plus aansluitende AVE-trein, of via Barcelona met Vueling. Een ALSA-bus rijdt elk uur naar het centrale busstation van Gijón, in ongeveer drie kwartier. Alternatief is vliegen op Bilbao (BIO, op tweehonderdtwintig kilometer, ruim twee uur rijden) of Santander (SDR, op honderdzeventig kilometer, anderhalf tot twee uur), beide met goede ALSA-busverbindingen. Vanuit Madrid rijdt Renfe meerdere directe AVE-treinen per dag in iets meer dan vier uur, met aankomst op het station Gijón-Sanz Crespo aan de westkant van het centrum. ALSA verzorgt langeafstandbussen vanuit Madrid, Bilbao, Barcelona en Santiago de Compostela. Binnen Asturië is Gijón goed verbonden met Oviedo (treinen om de twintig minuten, dertig minuten reistijd) en met de kustdorpjes via de Cercanías-lijnen van Renfe Feve.

Praktische tips

Gijón is compact en het hart van de stad (Cimavilla, Centro, Playa de San Lorenzo) is goed te voet te verkennen, met loopafstanden onder de twintig minuten. Voor de Universidad Laboral, het Acuario en de Jardín Botánico kun je de stadsbus nemen of een huurfiets via de fietspaden langs het strand. Het klimaat is Atlantisch en regenachtig: pak een lichte regenjas, ook in de zomer. Kasseistraten in Cimavilla zijn glad bij regen, draag stevige schoenen. Engels wordt redelijk gesproken in toeristische zones, maar basis Spaans helpt. Eet sidra en cachopo in lokale sidrerías, niet in restaurants met een menukaart in zes talen. Voor de Semana Grande in augustus en lange weekenden moet je accommodatie ruim van tevoren reserveren. Strandwachten zijn alleen aanwezig van juli tot half september; let buiten dat seizoen op getijdenstromingen, vooral aan de uiteinden van Playa de San Lorenzo bij eb.

Accommodatie in Gijón

Gijón heeft een goed aanbod hotels in alle prijsklassen. Het Hotel Hernán Cortés in het hart van het Centro is een klassiek viersterrenhotel in een 19e-eeuws gebouw, op vijf minuten lopen van zowel Cimavilla als de Playa de San Lorenzo. Aan de Playa de San Lorenzo zelf staat het Parador de Gijón Molino Viejo, gevestigd in een oude watermolen in het Parque de Isabel la Católica, met uitzicht op het strand en een rustige groene omgeving. Voor wie midden in het oude vissershart wil verblijven zijn er meerdere kleine boutique hotels en B&B’s in Cimavilla, vaak in herbouwde vissershuizen met granieten muren en houten vloeren. Goedkopere opties vind je in de wijk rond het centrale station Gijón-Sanz Crespo, op tien tot vijftien minuten lopen van het centrum. De prijzen zijn vergelijkbaar met andere middelgrote Spaanse steden, met uitschieters omhoog tijdens de Semana Grande in augustus en lange weekenden.

Restaurants in Gijón

De Asturische keuken is een van de meest karaktervolle van Spanje, fors en gebouwd op lokale producten van land en zee. In Gijón komt daar een sterk maritiem accent bij: dagverse vis van de visafslag (Rula), schelpdieren uit de Cantabrische Zee, en in de winter een aanbod aan stoofgerechten dat het gure klimaat verdraagt. Probeer fabada asturiana (witte bonenstoof met chorizo, morcilla en spek), cachopo (twee dunne biefstukken gevuld met ham en kaas, gepaneerd en gefrituurd), pixín (zeeduivel) in pittige saus of in salsa verde, oricios (zee-egels) in de winter, queso de Cabrales (kruidige blauwe schimmelkaas), chorizo a la sidra en arroz con leche als toetje. Drinken: sidra hoort erbij, met de Calle de la Estrella als belangrijkste adres.

  • Casa Gerardo: Klassiek Asturisch restaurant in Prendes, op tien minuten rijden ten westen van Gijón, in vier generaties familietraditie. Twee Michelinsterren, beroemd om de fabada en moderne interpretaties van regionale klassiekers. Reserveren noodzakelijk.
  • La Salgar: Moderne Asturische keuken in de wijk La Guía, op tien minuten van het centrum, met een vaste tasting menu en een Michelinsterrencurrent (vaste lijn van Nacho Manzano). Een verfijnde benadering van fabada, pixín en lokale kazen.
  • Sidrería Tierra Astur Poniente: Klassieke sidrería aan de Playa de Poniente, in een industrieel pand met houten vaten en lange tafels. Goede keuze aan cider en tapas, een goede plek om de sidracultuur te leren kennen op een eerste avond in de stad.
  • Restaurante Auga: Visrestaurant met terras aan de jachthaven, gespecialiseerd in dagverse vis en schelpdieren. Goede wijnkaart met Asturische witte wijnen en albariño’s uit Galicië.
  • El Planeta: Klassiek visrestaurant in Cimavilla, sinds de jaren negentig op dezelfde plek. Bekend om pixín, lubina en cocochas (kabeljauwkin) in pil-pil saus. Sober interieur, goede prijs-kwaliteitverhouding voor een visrestaurant in het centrum.

Dagtrips vanuit Gijón

Oviedo

Oviedo, de hoofdstad van Asturië, ligt op dertig kilometer ten zuiden van Gijón en is met de trein in een halfuur te bereiken; treinen rijden om de twintig minuten. De stad heeft een gotische kathedraal met de Cámara Santa, drie UNESCO pre-romaanse kerken uit de negende eeuw, een levendige Casco Antiguo en de Calle Gascona vol sidrerías. Reken op een hele dag voor de hoofdattracties, of doe een lange ochtend in Oviedo en eet in Gijón terug. Zie Oviedo voor een uitgebreide gids.

Picos de Europa en Lagos de Covadonga

Op iets meer dan een uur rijden ten oosten beginnen de Picos de Europa, een van de bekendste nationale parken van Spanje. De Lagos de Covadonga, twee gletsjermeren op duizend meter hoogte, zijn het iconische beeld van het park; in de zomer alleen met busshuttle vanaf Cangas de Onís bereikbaar vanwege drukte. Het stadje Cangas de Onís met haar Romeinse brug en de Basílica de Covadonga (waar de mythische slag van koning Pelayo wordt herdacht) zijn klassieke combinatiebezoeken. Vanuit Gijón is een lange dag of een tweedaagse trip beide goed te doen.

Cudillero en de westkust

Cudillero ligt op vijftig minuten rijden ten westen en is het bekendste vissersdorpje van de Asturische kust. De huizen klimmen tegen een steile kloof omhoog en zijn geschilderd in alle kleuren, met de haven onderaan en uitzichtpunten boven. Een halve dag is genoeg voor het dorp; combineer met een wandeling op de naburige Cabo Vidio of een bezoek aan Luarca, een ander vissersdorp iets verder westwaarts. Bij goed weer is de tussenliggende Playa del Silencio een van de mooiste stranden van Spanje.

Santander

Santander ligt op honderdtachtig kilometer ten oosten, op iets meer dan twee uur rijden via de A-8. De grote stadsstranden, het Centro Botín van Renzo Piano en de elegante Sardinero-wijk geven Santander een ander gezicht dan Gijón. Een lange dagtrip of een tweede stedentrip-overnachting werkt goed; Renfe Feve rijdt langs de kust met een trage, schilderachtige trein, terwijl de auto sneller is. Zie Santander voor een uitgebreide gids.

Conclusie

Gijón is een nuchtere en zilte havenstad waar je het noordelijke, Atlantische Spanje in zijn dagelijkse vorm meemaakt. De oude vissersbuurt Cimavilla op het schiereiland Santa Catalina, het brede stadsstrand Playa de San Lorenzo, de Romeinse Termas onder een glazen dak, de monumentale Universidad Laboral en de sidrerías op de Calle de la Estrella vormen samen een programma voor twee tot drie dagen. De ligging in het hart van Asturië maakt Gijón bovendien een goede basis voor dagtrips naar Oviedo, de Picos de Europa en de westelijke vissersdorpjes. Stevig eten, sidra, frisse Atlantische lucht en een rustig tempo: Gijón is een tegenwicht voor het drukkere Spanje van het zuiden en een goede ingang voor wie het regionale Spanje wil leren kennen.

Highlights Gijón

Gijón is de grootste stad van Asturië, met een oude vissersbuurt Cimavilla op een schiereiland, een breed stadsstrand Playa de San Lorenzo en Romeinse baden onder een glazen dak in het hart van het centrum. Daarbij sidrerías op de Calle de la Estrella en de monumentale Universidad Laboral aan de rand van de stad.

Veelgestelde Vragen

De zomermaanden (juni tot september) zijn ideaal, met dagtemperaturen rond de twintig tot vijfentwintig graden en het strand op loopafstand van het centrum. Begin augustus barst de Semana Grande los, met vuurwerk boven de baai en concerten op de pleinen. Lente en herfst zijn aangenaam, maar regenachtig; Gijón ligt in Groene Spanje en het Atlantische klimaat eist zijn aandeel. De winter is mild voor noordelijke begrippen (rond tien graden overdag), maar nat en grijs. Voor combinaties met de Picos de Europa of Cudillero zijn mei en september de gouden maanden: de bergen zijn toegankelijk en de stad is rustiger dan in hoogseizoen.
De luchthaven Asturias (OVD) ligt op ongeveer veertig kilometer ten westen van Gijón. KLM vliegt sinds maart 2026 in het hoog- en tussenseizoen rechtstreeks vanaf Schiphol (weekenden in voor- en najaar, dagelijks in juli en augustus); buiten dat seizoen reis je met een overstap, het makkelijkst via Madrid met Iberia plus aansluitende AVE-trein, of via Barcelona met Vueling. Vanaf het vliegveld rijdt een ALSA-bus elk uur naar het busstation van Gijón, ongeveer drie kwartier. Alternatieve luchthavens zijn Bilbao (BIO, op tweehonderdtwintig kilometer, ruim twee uur rijden) en Santander (SDR, op honderdzeventig kilometer). Vanuit Madrid is er een directe AVE-trein van Renfe in iets meer dan vier uur, met aankomst op het station Gijón-Sanz Crespo aan de westkant van het centrum. ALSA-bussen rijden meerdere keren per dag tussen Gijón en Madrid, Bilbao en Santiago de Compostela.
Sidra is de Asturische cider, een droge en platte appeldrank van rond zes procent alcohol. Anders dan zoete cider uit Bretagne wordt sidra in een dunne straal van hoogte in een breed glas geschonken (escanciar), waardoor de drank kort belucht raakt en zijn smaak vrijgeeft. Drink het glas in één teug uit. De Calle de la Estrella en de Cuesta del Cholo in Cimavilla staan vol sidrerías waar dit ritueel dagelijks aan elke tafel wordt opgevoerd. Eet erbij van fabada asturiana (witte bonenstoof met chorizo en morcilla), cachopo (twee gevulde gepaneerde biefstukken), pixín (zeeduivel) in pittige saus, queso de Cabrales en arroz con leche als toetje.
Twee tot drie dagen is een prettig formaat. In één dag loop je door Cimavilla, beklim je de heuvel van Santa Catalina met het beeld Elogio del Horizonte en eindig je op de Calle de la Estrella voor sidra. In twee dagen voeg je de Termas Romanas, het Museo del Pueblo de Asturias, het stadsstrand en de Universidad Laboral toe. Met drie dagen heb je tijd voor een dagtrip naar Oviedo, Cudillero of de Picos de Europa, en kun je een ochtend uittrekken voor de Jardín Botánico en het Acuario aan de oostkant van de stad. Combineer Gijón met een week Noord-Spanje en je kunt rustig vijf tot zeven dagen vullen zonder dezelfde route twee keer te lopen.
Ja, Gijón werkt uitstekend met kinderen. Het brede stadsstrand Playa de San Lorenzo ligt direct aan het centrum, met fijn zand en een lange wandelpromenade. Bij eb zijn er getijdenpoelen aan de uiteinden. Het Acuario de Gijón aan de oostkant van de stad heeft zo'n vierhonderd diersoorten in tientallen aquaria en is een betrouwbare regen-optie. De Jardín Botánico Atlántico vlak daarnaast heeft ruime gazons en een speelroute door het Asturisch bos. Cimavilla is autovrij en goed wandelbaar, met ijssalons op elke hoek. Voor oudere kinderen is een rondrit met een huurfiets over de fietspaden langs het strand en naar Cabo de San Lorenzo een vrolijke ochtend. Veilig, schoon en niet overvol.
Gijón ligt centraal in Asturië en is een prima basis voor dagtrips. Oviedo, de hoofdstad, ligt op dertig kilometer en is in een halfuur per trein of bus te bereiken; reken op een dag voor de gotische kathedraal, de pre-romaanse kerken en de Calle Gascona. De Picos de Europa beginnen op iets meer dan een uur rijden ten oosten, met als hoogtepunt de Lagos de Covadonga (alleen met busshuttle in hoogseizoen) en de Basílica de Covadonga. Cudillero en Luarca aan de westkust zijn klassieke vissersdorpjes op vijftig minuten tot een uur. Santander ligt op honderdtachtig kilometer ten oosten en is met de AVE-trein of de auto in goed twee uur te doen voor een verlengde dagtrip of een tweede overnachting.
Het bekendste is Playa de San Lorenzo, een stadsstrand van zo'n anderhalve kilometer lang in halfmaanvorm, direct aan het centrum. Het strand heeft fijn goudkleurig zand, een lange wandelpromenade (El Muro) en strandwachten in het seizoen. Bij eb verdubbelt het strandoppervlak en spelen kinderen in de getijdenpoelen rond de monding van de Piles-rivier. Aan de westkant van de stad ligt Playa de Poniente, een kunstmatig aangelegd strand bij de jachthaven, kleiner en rustiger. Tien minuten oostwaarts ligt Playa del Rinconín, populair onder surfers, en iets verder Playa de la Ñora, een kleine baai tegen kliffen. Voor langere zandstroken kun je dertig minuten naar het westen rijden, naar Playa de Bayas of de spectaculaire Playa del Silencio.
Beeldverantwoording

Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.

x
This website uses cookies to ensure you get the best experience on our website. Read our policy here.