Mooiste bezienswaardigheden in Vitoria-Gasteiz - Wat te doen in Vitoria-Gasteiz?
Vitoria-Gasteiz - Ontdek de top 10 bezienswaardigheden

Ontdek de beste bezienswaardigheden in Vitoria-Gasteiz
Vitoria-Gasteiz is de hoofdstad van Baskenland, een stad van ruim tweehonderdvijftigduizend inwoners op het Baskische plateau. De stad heeft een amandelvormig middeleeuws centrum (de Almendra) met smalle kasseistraten en een gotische kathedraal die je tijdens de restauratie van binnen kunt bekijken, een initiatief dat schrijver Ken Follett inspireerde voor zijn roman Wereld zonder einde. Aan de rand van de stad ligt de Anillo Verde, een groene gordel van parken en wetlands die Vitoria-Gasteiz in tweeduizend en twaalf de titel European Green Capital opleverde. De stad is minder bekend dan Bilbao en San Sebastián, en juist daarom een goede stop als je het Baskenland verder wilt leren kennen.

Inleiding tot Vitoria-Gasteiz
Vitoria-Gasteiz ligt in het zuiden van Baskenland, op het Baskische plateau op ongeveer vijfhonderdvijftig meter hoogte, ingesloten tussen de bergketens van de Montes de Vitoria en de Sierra de Cantabria. De stad ligt landinwaarts, op zo’n vijfenzestig kilometer ten zuiden van de Cantabrische kust en op honderd kilometer van zowel Bilbao als de Franse grens. Het klimaat is daardoor anders dan in de Baskische kuststeden: koeler in de winter, droger in de zomer, met meer continentale invloed. Geen zee, wel veel groen.
De stad bestaat in feite uit twee delen. Het oude centrum, de Casco Medieval (lokaal de Almendra of amandel genoemd vanwege haar vorm), ligt op een heuvel en bestaat uit een netwerk van smalle middeleeuwse straten rond de Catedral de Santa María. Daaromheen ligt de uitbreiding uit de achttiende en negentiende eeuw met brede boulevards, neoklassieke pleinen en het stadhuis. Aan de zuidkant van het centrum ligt de moderne stad met het museum voor hedendaagse kunst Artium, het Plaza de los Fueros van Eduardo Chillida en woonwijken uit de twintigste eeuw. De Anillo Verde, de groene gordel van zes parken, omarmt het geheel.
Vitoria-Gasteiz heeft een ander tempo dan de Baskische kuststeden. Het is een rustige, regionale hoofdstad waar het politieke en administratieve hart van Baskenland klopt, geen hectiek zoals in Bilbao of glamour zoals in San Sebastián. Reizigers die geïnteresseerd zijn in middeleeuwse architectuur, hedendaagse kunst, stedelijk groen en de Baskische pintxos-cultuur vinden hier ruim de moeite waard. Wie het Baskenland verder wil leren kennen combineert Vitoria-Gasteiz met Bilbao, San Sebastián en de wijnregio Rioja Alavesa in één rondreis.
Informatie over Vitoria-Gasteiz
- CostaBaskenland
- Bevolking253.000
- Gemiddelde temperatuurWinter: 9°C
Lente: 16°C
Zomer: 26°C
Herfst: 16°C - Dichtstbijzijnde grote luchthavenLuchthaven Bilbao (BIO)
- Locatie in SpanjeNoord-Spanje
Achtergrond en geschiedenis van Vitoria-Gasteiz
De geschiedenis van Vitoria-Gasteiz begint officieel in elfhonderdeenentachtig, toen koning Sancho VI van Navarra (Sancho de Wijze) op de bestaande heuvelnederzetting Gasteiz stadsrechten (fueros) verleende en de stad de naam Nova Victoria gaf. Het was een strategische zet: de heuvel domineerde een belangrijke handelsroute tussen het Castiliaanse binnenland en de havens aan de Cantabrische kust, en met de stichting van een ommuurde stad versterkte Navarra haar grip op het gebied. Het amandelvormige stratenpatroon van de huidige Casco Medieval gaat direct terug op deze twaalfde-eeuwse stichting. In twaalfhonderd verloor Navarra de stad aan Castilië, dat de fueros bevestigde en de stadsmuren uitbreidde.
De Slag bij Vitoria op eenentwintig juni achttienhonderddertien is het tweede grote moment in de geschiedenis van de stad. In de slotfase van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog versloeg de Britse veldmaarschalk Arthur Wellesley, de hertog van Wellington, hier het Franse leger van koning Jozef Bonaparte (broer van Napoleon). De overwinning maakte definitief een einde aan het Franse bewind in Spanje. De Duitse componist Ludwig van Beethoven (op dat moment werkzaam in Wenen) schreef nog datzelfde jaar ter ere van de overwinning de orkestrale compositie Wellingtons Sieg, opus eenennegentig. Op de Plaza de la Virgen Blanca staat een groot monument ter herinnering aan de slag.
In de negentiende en twintigste eeuw groeide Vitoria-Gasteiz langzaam uit van een provinciale hoofdstad tot een industriële en bestuurlijke stad. De ligging op het Baskische plateau, niet aan de kust, maakte dat de stad lang in de schaduw bleef van het industriële Bilbao. Dat veranderde in negentienhonderdtachtig: na de terugkeer van de democratie in Spanje en de oprichting van de autonome regio Baskenland werd Vitoria-Gasteiz aangewezen als de hoofdstad. De keuze was politiek: de stad lag op neutraal terrein tussen het Vizcayaanse Bilbao en het Guipuzcoaanse San Sebastián. Sindsdien zijn het Baskische parlement, de Baskische regering (Eusko Jaurlaritza) en de meeste bestuursinstellingen in Vitoria-Gasteiz gevestigd.
In de afgelopen drie decennia heeft de stad zich opnieuw uitgevonden, met de nadruk op duurzaamheid en groen. De aanleg van de Anillo Verde vanaf de jaren negentig, een uitgebreid fiets- en voetgangersnetwerk in het centrum, en investeringen in waterhuishouding en biodiversiteit leverden Vitoria-Gasteiz in tweeduizend en twaalf de titel European Green Capital op, een Europese onderscheiding van de Europese Commissie. De stad geldt nu als een van de modellen voor stedelijk duurzaamheidsbeleid in Zuid-Europa. Het oude centrum is opgeknapt zonder haar middeleeuwse karakter te verliezen, en het Abierta por obras-restauratieproject van de Catedral de Santa María, gestart in tweeduizend, is internationaal bekend geworden als voorbeeld van hoe je publiek bij een restauratie kunt betrekken.
De top 10 bezienswaardigheden in Vitoria-Gasteiz
Casco Medieval (de amandel van Vitoria)

De Casco Medieval, lokaal bekend als de Almendra (de amandel) vanwege haar opvallende vorm, is het oude centrum van Vitoria-Gasteiz en ligt op een heuvel boven de moderne stad. Het stratenpatroon gaat terug op de stichting door koning Sancho VI in elfhonderdeenentachtig: een netwerk van concentrische straten die als ringen om de Catedral de Santa María lopen, verbonden door dwarsstraten (cantones) en pleintjes. De vorm wordt gevormd door de oude stadsmuur waarvan op verschillende plekken nog stukken te zien zijn, met name aan de noordkant bij de Catedral.
De straten dragen namen van de oude ambachten die er werden uitgeoefend: Calle Herrería (smeden), Calle Cuchillería (messenmakers), Calle Zapatería (schoenmakers), Calle Pintorería (verfmakers). Vandaag zijn het loop- en woonstraten met traditionele winkels, kleine pleinen en oude paleizen. Een paar van die paleizen zijn opengesteld voor publiek: het Palacio de Villa Suso uit vijftienhonderdtachtig en het Palacio Escoriaza-Esquibel, een van de mooiste renaissancistische gebouwen van de regio. De wandeling door de Casco Medieval doe je het beste in de late namiddag, als de zon de zandstenen gevels warm kleurt.
Aan de noordrand van de Almendra staat de Muralla, de gerestaureerde stadsmuur uit de elfde tot dertiende eeuw, die je kunt belopen voor uitzicht over de noordelijke wijken en bergen. Onderdeel van het Casco Medieval-bezoek is ook de Plaza del Machete, een klein plein vlak naast het Catedral, waar volgens traditie de procurador (vertegenwoordiger van de stad) tot in de negentiende eeuw zijn eed aflegde op een hakmes dat aan de kerkmuur hing. Reken op een halve dag om de oude stad rustig te verkennen.
Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Beste in late namiddag of vroege avond. Combineer met Catedral de Santa María en Plaza del Machete. Goede schoenen aanbevolen voor de kasseien.
Catedral de Santa María (Abierta por obras)

De Catedral de Santa María is de oude kathedraal van Vitoria-Gasteiz, gebouwd vanaf het einde van de twaalfde eeuw als onderdeel van de stadsmuur, op het hoogste punt van de Almendra. Ze is een van de eerste gotische kerken in Spanje, met een drie-beukige basilica en een opvallende ingangstoren. Eeuwenlang fungeerde ze als bisdomszetel van Vitoria, met latere uitbreidingen en wijzigingen in renaissance- en barokstijl. De ondergrond van de heuvel bleek echter problematisch: in de loop van de twintigste eeuw verschoven funderingen en raakte de constructie ernstig beschadigd, zodat de kerk in negentienhonderdvierennegentig moest worden gesloten.
In tweeduizend werd het meest vernieuwende restauratieproject van Spanje gelanceerd: Abierta por obras, geopend tijdens de werken. In plaats van de kathedraal voor jaren te sluiten, kun je hem juist bezoeken met helm op terwijl de constructieve restauratie gaande is. Je loopt over tijdelijke loopbruggen langs de steigers en de gids legt onderweg uit hoe de oorspronkelijke bouw werkte, wat er misging en hoe de problemen worden opgelost. De rondleiding gaat van de crypten en archeologische opgravingen onder de kerk, langs de schipruimte tot de toren met uitzicht. Het concept werd internationaal model voor publieke restauratieprojecten.
De Welshe schrijver Ken Follett bezocht de kathedraal meermaals tijdens de restauratie en werkte vijf jaar samen met de Catedral Santa María-stichting. Die ervaring inspireerde hem voor zijn roman Mundo sin fin (Wereld zonder einde) uit tweeduizend en zeven, het vervolg op De pilaren van de aarde. Het verhaal van middeleeuwse bouwmeesters en kathedraalconstructie speelt zich af in een fictief Engels stadje, maar de technische details en de sfeer komen direct uit Vitoria-Gasteiz. Bij de ingang van de kathedraal staat sinds tweeduizend en acht een bronzen beeld van Follett. Lezers van de roman halen er een extra laag uit het bezoek.
Bezoekdetails: Rondleidingen op reservering via fundacioncatedral.org, in het Spaans, Baskisch en Engels. Reken op anderhalf uur voor de complete tour inclusief crypten en toren. Goede schoenen verplicht, helm wordt verstrekt. Niet geschikt voor mensen met hoogtevrees of mobiliteitsproblemen.
Plaza de la Virgen Blanca

De Plaza de la Virgen Blanca is het belangrijkste plein van Vitoria-Gasteiz, gelegen op de overgang tussen de Casco Medieval en de negentiende-eeuwse uitbreiding. Het is geen geometrisch plein maar een onregelmatige, licht hellende ruimte die ontstaan is door de afbraak van een stuk stadsmuur in de zestiende eeuw. Aan de noordkant staat de Iglesia de San Miguel uit de veertiende eeuw, gebouwd tegen de oude stadsmuur aan. In de gevel staat de gotische beeltenis van de Virgen Blanca, de witte Maagd, patroonheilige van de stad.
In het midden van het plein staat het Monumento a la Batalla de Vitoria, een groot bronzen monument uit achttienhonderdzevenenzeventig dat de Slag bij Vitoria van eenentwintig juni achttienhonderddertien herdenkt. Op de zuil staat een gevleugelde overwinningsfiguur, eromheen reliëfs van soldaten en allegorische figuren. Het monument was een geschenk van het Spaanse parlement aan de stad voor haar rol in de bevrijding van Spanje van Napoleontische troepen.
Op vier augustus, om zes uur ’s avonds, beginnen op dit plein de Fiestas de la Virgen Blanca, het belangrijkste feest van de stad. De stadsklokken slaan, en vanaf de toren van de Iglesia de San Miguel daalt aan een kabel de pop Celedón af naar het balkon van het oude stadhuis aan de overkant. Celedón is een groot poppenfiguur in traditionele Baskische kledij; bij aankomst op het stadhuis stapt een man in identiek kostuum naar voren en springt het balkon op (een soort wisseltruc). Daarna feesten tienduizenden mensen tot negen augustus door, met paraden, vuurwerk, openluchtdiners en muziek. Buiten de feestweek is het plein een rustige plek voor een koffie op een van de terrassen.
Bezoekdetails: Plein altijd vrij toegankelijk. Beste in late namiddag voor het licht op het monument. Tijdens Fiestas de la Virgen Blanca (vier tot negen augustus) extreem druk; reserveer accommodatie ruim van tevoren.
Plaza de los Fueros

De Plaza de los Fueros is een van de bekendste hedendaagse pleinen van Spanje, ontworpen tussen negentienhonderdnegenenzeventig en negentienhonderdeenentachtig door de Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida en de architect Luis Peña Ganchegui. Het plein ligt aan de zuidrand van het oude centrum, tegen de Calle Olaguíbel. Het is de eerste samenwerking tussen Chillida en Peña Ganchegui aan een openbare ruimte, en wordt vaak vergeleken met hun latere Plaza del Tenis in San Sebastián.
Architectonisch is het plein een trapsgewijze, ingegraven driehoek, met aan één kant een grote stenen muur die zigzaggend van het straatniveau naar de bodem van het plein loopt. De gebruikte materialen zijn roze graniet uit het Baskische binnenland, in grote ongepolijste blokken. In de muren zit een aantal ingewerkte sculpturen van Chillida, en aan één zijde een fronton (een Baskische muurkaatsbaan) waarop het lokale balspel pelota wordt gespeeld. Het ontwerp is sober, geometrisch en uitgesproken laat-twintigste-eeuws.
Aanvankelijk reageerden bewoners verdeeld op het plein, dat door sommigen werd ervaren als koud en betonnerig. In de afgelopen decennia is het echter geïntegreerd geraakt in het stadsleven, met markten, openluchtconcerten, kinderworkshops en regelmatig pelota-spel op het fronton. Voor wie van moderne kunst en architectuur houdt is het de moeite waard; met het Artium-museum op vijf minuten lopen heb je meteen een vervolg voor een hedendaags-culturele wandeling.
Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk. Vooral overdag de moeite waard voor het lichtspel op de granieten muren. Vaak markten op zaterdag. Reken op een halfuur voor een rustige rondgang.
Catedral Nueva (María Inmaculada)

De Catedral Nueva, officieel de Catedral de María Inmaculada, is de nieuwe kathedraal van Vitoria-Gasteiz, een van de grootste in Spanje gebouwde religieuze gebouwen van de twintigste eeuw. De plannen voor een nieuwe kathedraal ontstonden eind negentiende eeuw, toen de Catedral de Santa María te klein en bouwvallig werd geacht voor de groeiende bisdomszetel. De eerste steen werd in negentienhonderdzeven gelegd, maar door de Spaanse Burgeroorlog, financiële tegenslagen en wijzigingen in het ontwerp duurde de bouw tot negentienhonderdnegenenzestig.
Het gebouw is neogotisch in stijl, ontworpen door architect Julián Apraiz en later voltooid onder leiding van Javier Luque. De voorgevel met haar drie portalen, het roosvenster en de twee opvallende torens (in feite nooit voltooid) zijn een vrije interpretatie van de Franse hooggotische kathedraal-architectuur. Het interieur is enorm: vijfennegentig meter lang, eenenveertig meter breed, en gewelven van vijfendertig meter hoog. De ribbengewelven en de glas-in-loodramen zijn klassiek neogotisch, sommige glas-in-loodramen zijn moderner van karakter en dateren uit de jaren zestig.
Onder de kerk ligt een crypte met liturgische schatten, beelden en een klein religieus museum. Boven het kruisgewelf kun je via een speciale rondleiding (Tours Walk on the Roof) over het dak van de kathedraal lopen, met uitzicht over de stad en de omringende bergen. Voor wie de Catedral Vieja al heeft gezien geeft de Catedral Nueva een contrast: middeleeuwse degelijkheid tegenover twintigste-eeuwse herinterpretatie van diezelfde stijl. Beide kerken liggen op tien minuten lopen van elkaar.
Bezoekdetails: Vrij toegankelijk voor het schip, kleine toegangsprijs voor crypte en museum. Walk on the Roof-tour op reservering, alleen in voor- en najaar. Reken op een uur voor een uitgebreid bezoek.
Plaza de España (Plaza Nueva)
De Plaza de España, lokaal vaak Plaza Nueva genoemd, is het neoklassieke plein van Vitoria-Gasteiz, aangelegd tussen zeventienhonderdeenentachtig en zeventienhonderdeenennegentig naar een ontwerp van architect Justo Antonio de Olaguíbel. Het plein vormt de overgang tussen de Casco Medieval (de Almendra) en de uitbreiding uit de negentiende eeuw, en is in feite gebouwd op de plek waar vroeger een stuk van de oude stadsmuur stond. Het plein is een perfect vierkant met aan alle vier zijden arcaden, en is een van de meest gave voorbeelden van laat-achttiende-eeuwse stedenbouw in Spanje.
Onder de arcaden zitten klassieke cafés, banketbakkers en de oude apotheek van Vitoria. Het belangrijkste gebouw is het Ayuntamiento (stadhuis) aan de zuidzijde, een neoklassiek paleis dat het politieke hart van de stad vormt. Vanaf het balkon van het stadhuis worden op vier augustus de Fiestas de la Virgen Blanca officieel geopend. Aan de noordzijde, onder de arcaden, ligt de toegang naar de Plaza de la Virgen Blanca, zodat de twee pleinen vloeiend in elkaar overlopen.
Op het plein staan terrassen waar je een aperitief kunt nemen voor het avondeten. Op vrijdagen en zaterdagen is het tot laat druk; doordeweeks rustig met locals die boodschappen doen of een koffie drinken. Op zondagochtend is er een kleine vlooienmarkt met postzegels, munten en boeken. Voor wie geen pintxos zoekt is het een goede plek voor een meer klassiek diner in een van de restaurants onder de arcaden.
Bezoekdetails: Plein altijd vrij toegankelijk. Beste in late namiddag voor het licht onder de arcaden. Combineer met Plaza de la Virgen Blanca, beide aansluitend.
Artium - Museum voor Hedendaagse Kunst van Baskenland
Het Artium is het belangrijkste museum voor moderne en hedendaagse kunst van Baskenland en opende in tweeduizend en twee in een aangepast voormalig busstation aan de Calle Francia, op tien minuten lopen ten zuiden van de Casco Medieval. De architectuur is opvallend: het grootste deel van het museum ligt ondergronds, met daarboven een groen plein dat als publieke ruimte fungeert. Boven de grond zie je alleen de glazen ingangshal en een paar grasdaken, een ontwerp dat past bij de groene stedenbouwfilosofie van de stad.
De vaste collectie telt ongeveer drieduizend werken van vooral Baskische en Spaanse kunstenaars uit de twintigste en eenentwintigste eeuw, met namen als Jorge Oteiza, Eduardo Chillida, Cristina Iglesias, Juan Muñoz, Antoni Tàpies, Eva Lootz en de fotograaf Alberto García-Alix. Daarnaast is er internationaal werk van onder anderen Louise Bourgeois en Christian Boltanski. De selectie is wisselend; door de relatief beperkte expositieruimte wordt de collectie in beurten getoond.
Het museum staat bekend om zijn wisseltentoonstellingen, die vaak vooruitstrevend zijn en jonge Baskische kunstenaars een platform geven. De prijzen zijn bescheiden en op woensdag is de toegang voor iedereen gratis. Bij het museum zit ook een boekwinkel met titels over hedendaagse Baskische kunst en een rustig café op het bovendek. Na een ochtend middeleeuwse kerken is het Artium een goede tegenhanger.
Bezoekdetails: Geopend van dinsdag tot zondag, gesloten op maandag. Bescheiden toegangsprijs, gratis op woensdag. Reken op anderhalf uur. Audiogids beschikbaar.
Museo de Bellas Artes en Museo de Armería
Vitoria-Gasteiz heeft twee musea die voor liefhebbers van klassiekere collecties de moeite waard zijn. Het Museo de Bellas Artes de Álava zit in het Palacio de Augustín-Zulueta, een neorenaissancistisch herenhuis uit negentienhonderdtwaalf in het zuiden van het centrum, op een paar minuten lopen van het Artium. De vaste collectie loopt van zestiende-eeuwse Spaanse religieuze kunst tot twintigste-eeuwse Baskische schilders, met werk van Ignacio Zuloaga, Aurelio Arteta en Juan de Echevarría. De setting in een gerestaureerd herenhuis is bijna even interessant als de collectie zelf.
Op een paar honderd meter loopafstand zit het Museo de Armería de Álava, het wapenmuseum, ondergebracht in een modern paviljoen in een park. De collectie geeft een overzicht van bewapening en oorlogsvoering van de prehistorie tot de twintigste eeuw, met aandacht voor middeleeuwse Baskische wapens, harnassen uit de zestiende eeuw en militaire voorwerpen uit de Slag bij Vitoria van achttienhonderddertien. Voor militair-historisch geïnteresseerden een ongebruikelijke verzameling.
Beide musea zijn klein en relatief weinig bezocht door internationale toeristen, dus je hebt de zalen vaak voor jezelf. Een combinatie van Bellas Artes en Armería duurt ongeveer twee uur. In hetzelfde park als het Museo de Armería ligt ook het kleinere Museo Fournier de Naipes, een museum gewijd aan speelkaarten (Vitoria was lang een centrum van speelkaartenproductie in Spanje). Een nichemuseum dat door zijn eigenaardigheid juist de moeite waard is.
Bezoekdetails: Beide musea geopend van dinsdag tot zondag, gesloten op maandag. Gratis toegang. Reken op een uur per museum, of twee uur voor beide. Combineer met een wandeling door het park.
Anillo Verde en Salburua-wetlands
De Anillo Verde (de Groene Ring) is een aaneengeschakeld netwerk van zes grote parken die de stad als een gordel omarmen, in totaal bijna duizend hectare groen. Het project begon eind jaren tachtig met een ambitieus plan om vervuilde randgebieden, verlaten grindgroeven, voormalige agrarische gronden en moerassen te herstellen tot natuur en stedelijk groen. Vandaag zijn de parken verbonden door meer dan dertig kilometer fiets- en wandelpaden, en wordt de gehele ring veel gebruikt door de inwoners van de stad voor sport, ontspanning en pendelen.
Het bekendste deel is Salburua, een wetland aan de oostkant van de stad. Wat eens een uitgedroogd moeras was, is in de jaren negentig hersteld als waterrijk natuurgebied met poelen, riet, eikenbos en weiland. Salburua telt nu meer dan tweehonderd vogelsoorten, waaronder lepelaars, blauwe reigers en in de winter grote groepen overwinterende ganzen. Een opvallende verschijning zijn de damherten die in een omheind deel grazen en vanaf observatieplatforms goed te zien zijn. Het Ataria-bezoekerscentrum geeft uitleg over het ecosysteem en heeft een terras met uitzicht over het wetland.
Andere onderdelen van de Anillo Verde zijn het bos van Armentia in het zuiden (een eikenbos met een romaanse basiliek uit de twaalfde eeuw), Olarizu met een arboretum, en Zabalgana en Zadorra in het westen. De gehele Anillo Verde is per fiets in een halve dag te doen; je kunt fietsen huren via het stadsfietsensysteem. Het is dit groen-stedelijke beleid dat Vitoria-Gasteiz in tweeduizend en twaalf de titel European Green Capital opleverde, als eerste Spaanse stad.
Bezoekdetails: Altijd vrij toegankelijk, gratis. Bezoekerscentrum Ataria geopend van dinsdag tot zondag. Beste in de ochtend voor vogels en damherten. Goed te combineren met een fietstocht; stadsfietsen beschikbaar via Ayto. Vitoria-Gasteiz.
Pintxos op Calle Cuchillería (Cuchi)
De Calle Cuchillería, lokaal Cuchi genoemd, is de pintxos-straat van Vitoria-Gasteiz. Ze ligt aan de oostzijde van de Casco Medieval, een smalle kasseistraat met aan beide kanten een rij pintxos-bars die zich vooral in de avond vullen met locals. Vitoria-Gasteiz heeft een minder bekende pintxos-cultuur dan San Sebastián of Bilbao, maar de kwaliteit is hoog en het is er rustiger, waardoor je meer praat met het barpersoneel.
Pintxos zijn de Baskische versie van tapas: kleine hapjes die meestal op een sneetje brood worden geserveerd met een prikkertje (vandaar de naam, van het Spaanse pinchar). Je bestelt een glas wijn (txakoli, de licht-bruisende lokale witte wijn, of een Rioja), kiest een paar pintxos van de toonbank, eet ze en aan het eind tel je de gebruikte prikkers en betaal je. Een pintxo-tour bestaat uit twee tot vier bars op een avond, met twee á drie pintxos per bar.
Aanraders op de Cuchi en omgeving zijn PerretxiCo (driemaal winnaar van de nationale pintxo-wedstrijd Campeonato Nacional de Pinchos, bekend om de bonbon van foie gras met appel), Sagartoki (innovatieve pintxos met moleculaire technieken, bekend om het broodje gefrituurd ei), Toloño (klassiek met grote selectie aan koude pintxos), en de Taberna de los Mundos. Iets verder weg, aan de Calle Eduardo Dato in de nieuwe stad, zit Asador Matxete voor meer uitgebreide gerechten. Reken op twintig tot dertig euro per persoon voor een complete pintxo-avond.
Bezoekdetails: Pintxos-bars dagelijks open vanaf zeven uur ’s avonds tot na middernacht. Geen reservering nodig. Reken op twee tot drie uur voor een pintxo-tour. Topavonden donderdag tot zaterdag.
Reistips voor Vitoria-Gasteiz
Beste tijd om Vitoria-Gasteiz te bezoeken
Eind mei tot begin september is qua weer de beste periode, met dagtemperaturen rond de twintig tot vijfentwintig graden en relatief weinig regen voor een Baskische stad. Vitoria-Gasteiz ligt op vijfhonderdvijftig meter hoogte, en is daarmee koeler en droger dan kuststeden Bilbao en San Sebastián. In de zomer kunnen middagen warm zijn, maar de avonden zijn vrijwel altijd aangenaam. Begin augustus, van vier tot negen augustus, zijn de Fiestas de la Virgen Blanca, het belangrijkste feest van de stad, met de bekende afdaling van pop Celedón en een week vol parades en vuurwerk. Reserveer dan ruim vooraf. De winter is koud voor Spaanse begrippen, met soms vorst in de nacht en een enkele keer sneeuw; overdag rond de zes graden. November is minder gangbaar maar mooi vanwege de herfstkleuren in de Anillo Verde.
Vervoersopties van en naar Vitoria-Gasteiz
De dichtstbijzijnde luchthaven is Bilbao (BIO) op ongeveer vijfenvijftig kilometer ten noorden. KLM heeft jaarrond directe vluchten vanaf Schiphol naar Bilbao, meerdere keren per dag in het hoogseizoen. Vanaf Bilbao Airport rijdt een directe bus (La Unión) naar het busstation van Vitoria-Gasteiz in iets meer dan een uur, zonder overstap, een goedkoop alternatief voor wie geen auto huurt. Vanuit Madrid rijdt Renfe meerdere directe Alvia-treinen per dag in ongeveer drie uur. Vanuit San Sebastián en Bilbao zijn er regelmatig directe ALSA-bussen, en ook PESA en La Burundesa rijden de route. Voor dagtrips naar de wijnregio Rioja Alavesa en de bergen rond de stad is een huurauto handig, maar binnen Vitoria-Gasteiz zelf niet nodig: het centrum is grotendeels autovrij of fietsvriendelijk, met een goed netwerk van stadsbussen en het stadsfietsensysteem.
Praktische tips
Vitoria-Gasteiz is compact en op een dag rustig te voet te verkennen; alle hoofdattracties liggen binnen twee kilometer in en rond het centrum. Kasseistraten in de Casco Medieval zijn glad bij regen, dus draag stevige schoenen. Spaans en Baskisch (Euskara) zijn beide officiële talen; je ziet beide op borden en menukaarten. Engels wordt redelijk gesproken in toeristische zones, basis Spaans helpt. Voor het bezoek aan de Catedral de Santa María (Abierta por obras) moet je ruim van tevoren reserveren via fundacioncatedral.org; tijdens drukke periodes zijn alle plekken weken vooruit volgeboekt. De stad is fietsvriendelijk en het netwerk van fietspaden in en om de Anillo Verde is uitgebreid; huur een fiets voor de duurtocht over de groene ring. Tijdens de Fiestas de la Virgen Blanca (vier tot negen augustus) is accommodatie maanden vooraf volgeboekt en gelden hogere tarieven.
Accommodatie in Vitoria-Gasteiz
Vitoria-Gasteiz heeft een rustig hotelaanbod, vooral gericht op zakenreizigers en binnenlandse weekendbezoekers; internationale ketens zijn beperkt vertegenwoordigd. De meest interessante adressen liggen in en rond de Casco Medieval, met kleinere boutique hotels in gerestaureerde paleizen en herenhuizen. Het Silken Ciudad de Vitoria en het NH Canciller Ayala zijn comfortabele middenklasse-opties in de negentiende-eeuwse uitbreiding, op vijf tot tien minuten lopen van het oude centrum. Voor wie zoekt naar iets bijzonders: het Parador de Argómaniz op vijftien kilometer ten oosten van de stad zit in een zestiende-eeuws paleis waar Napoleon ooit overnachtte. De prijzen zijn doorgaans lager dan in Bilbao of San Sebastián, met uitzondering van begin augustus tijdens de Fiestas de la Virgen Blanca.
Restaurants in Vitoria-Gasteiz
De Baskische keuken is een van de meest gewaardeerde van Spanje, gebouwd op verse vis uit de Cantabrische Zee, vlees van het binnenland en lokale producten als de Idiazabal-schapenkaas en de alubias de Tolosa (zwarte bonen). In Vitoria-Gasteiz krijgt de keuken een meer landinwaartse signatuur dan in de kuststeden: meer vlees, meer wild, en gerechten als perretxikos (paddenstoelen uit de Baskische bossen) en pochas (witte bonen). Naast pintxos kun je in de restaurants de uitgebreidere klassiekers proberen, zoals bacalao al pil-pil (kabeljauw in een geëmulgeerde olijfolie-knoflook-saus), txuleta (groot gegrild T-bone steak), en als toetje pantxineta (bladerdeeg met amandelroom).
- PerretxiCo: Bekendste pintxos-bar van de stad op de Calle Cuchillería, driemaal winnaar van de Spaanse nationale pintxo-wedstrijd. Bekend om innovatieve hapjes als de bonbon van foie gras met appel en de inktvisbruschetta.
- Sagartoki: Op de Calle Eduardo Dato in de nieuwe stad, een van de innovatieve pintxos-bars met technieken uit de moleculaire keuken. Hun pintxo van gefrituurd ei is een klassieker.
- Asador Matxete: Klassieke asador in een herenhuis in het centrum, gespecialiseerd in gegrild vlees en vis op houtskool. Goede plek voor een uitgebreide txuleta.
- Toloño: Pintxos-bar op de Plaza de la Virgen Blanca met een grote selectie aan koude en warme pintxos. Goed voor een eerste kennismaking met de pintxos-cultuur.
- Arkupe: Klassiek restaurant in de Casco Medieval, gespecialiseerd in traditionele Baskische gerechten als bacalao, pochas en txuleta. Goede wijnkaart met veel Rioja Alavesa.
Dagtrips vanuit Vitoria-Gasteiz
Bilbao
Bilbao ligt op honderd kilometer ten noorden, in een goed uur per auto of bus. De grootste stad van Baskenland staat bekend om het Guggenheim Museum van Frank Gehry, de pintxos-bars in Casco Viejo en het uitzicht vanaf Monte Artxanda. Een dagtrip is goed te doen met de bus (ALSA, ieder uur), of als overnachting bij een langere Baskische rondreis. Beide steden zijn een sterke combinatie van middeleeuws (Vitoria-Gasteiz) en eigentijds (Bilbao).
San Sebastián
San-Sebastian ligt op honderdtien kilometer ten noordoosten, op iets meer dan een uur rijden. De Baskische badplaats aan de Atlantische kust is beroemd om de boogvormige Playa de la Concha, de pintxos-bars in de Parte Vieja en haar dichtheid aan sterrenrestaurants. Een dagtrip is haalbaar maar krap; een overnachting maakt het completer. Combineer eventueel met een wandeling op de Monte Igueldo of een ritje naar het naburige Pasaia.
Pamplona
Pamplona ligt op honderd kilometer ten oosten, op iets meer dan een uur rijden. De hoofdstad van Navarra is wereldwijd bekend van de stierenrennen tijdens de Sanfermines (zes tot veertien juli), maar heeft daarbuiten een interessant middeleeuws centrum met de gotische kathedraal, de Plaza del Castillo en de oude citadel. Een goede dagtrip vooral buiten Sanfermines, wanneer de stad rustig en goed te verkennen is.
Logroño
Logrono ligt op vijfentachtig kilometer ten zuidwesten, in iets meer dan een uur rijden, en is de hoofdstad van wijnregio La Rioja. De stad zelf heeft een aangenaam oud centrum met de pintxos-straat Calle Laurel, de gotische kathedraal en het Museo de la Rioja. Combineer met een bezoek aan de bodega’s in de Rioja Alavesa (Laguardia, Elciego met de Frank Gehry-bodega Marqués de Riscal) op de heenweg of terugweg. Een van de aangenaamste dagtrips vanuit Vitoria-Gasteiz, vooral voor wijnliefhebbers.
Conclusie
Vitoria-Gasteiz is de minst bezochte van de drie Baskische hoofdsteden, en juist dat maakt haar interessant. De amandelvormige Casco Medieval met de Catedral de Santa María (geopend tijdens de restauratie, het Abierta por obras-project dat schrijver Ken Follett inspireerde tot zijn roman Wereld zonder einde), de Plaza de la Virgen Blanca met haar monument voor de Slag bij Vitoria, en de moderne pleinen van Eduardo Chillida vullen twee tot drie dagen. Daarbuiten ligt de Anillo Verde met de Salburua-wetlands, een van de redenen dat de stad in tweeduizend en twaalf de titel European Green Capital kreeg. Combineer Vitoria-Gasteiz met Bilbao, San Sebastián en de wijnregio Rioja Alavesa voor een Baskische rondreis, of bezoek de stad als rustige tegenhanger van het drukkere kustgebied.
Highlights Vitoria-Gasteiz
Vitoria-Gasteiz is de hoofdstad van Baskenland en in 2012 uitgeroepen tot European Green Capital. De stad heeft een amandelvormig middeleeuws centrum, de gotische Catedral de Santa María (bekend van Ken Follett) en de groene gordel Anillo Verde met de Salburua-wetlands.
Veelgestelde Vragen
Beeldverantwoording
Beeldmateriaal op deze pagina via Wikimedia Commons en Wikipedia.
- Mikel Arrazola (CC BY 3.0 es) —
- Krzysztof Golik (CC BY-SA 4.0) —